Competentiegericht kunstonderwijs kenmerkt zich door een integrale benadering van kennis, vaardigheden en attitude. Een competentie is het vermogen om adequaat te functioneren in de beroepspraktijk.

Het kunstonderwijs leidt op tot creatieve makers die in uiteenlopende rollen en praktijken beeldend werken. Het accent op de persoonlijke (talent)ontwikkeling van studenten resulteert in flexibel onderwijs met een grote diversiteit aan studietrajecten.

In het beroeps- en opleidingsprofiel Beeldende Kunst en Design leggen de academies sinds 2002 gezamenlijk vast over welke competenties en kwaliteiten beginnende beroepsbeoefenaars moeten beschikken. De meest recente versie van dit profiel dateert uit 2014*.

Herijkt opleiding- en beroepsprofiel Beeldende Kunst & Design (2025)

Voor het kunstonderwijs is een regelmatige herijking van het opleidings- en beroepsprofiel van groot belang. Enerzijds om de transparantie en actualiteit van het onderwijs te bevorderen en daarmee de borging van kwaliteit, anderzijds om de positionering van het kunstonderwijs in de samenleving en in het stelsel van hoger onderwijs opnieuw te articuleren.

De vier competenties die richtinggevend zijn voor het kunst onderwijs binnen de beeldende kunst en design zijn hieronder beknopt omschreven per opleidingsniveau:

Bachelor Kunstenaar / Ontwerper

De student kan een beeldend werkproces in gang zetten en werk maken waarin makend onderzoek een plek heeft. Met het werk en met een werkwijze creëert de student betekenis.

Master Kunstenaar / Ontwerper

De student kan vanuit een eigen artistieke visie een beeldend werkproces in gang zetten en daarmee betekenis creëren. Praktijkgericht onderzoek is kenmerkend voor het werk en de werkwijze.

Bachelor Kunstenaar / Ontwerper

De student kan kritisch en vanuit meerdere perspectieven eigen werk en werkwijze en dat van anderen beschouwen. Daarmee kan de student het eigen ontwerper- of kunstenaarschap verdiepen, meer gelaagd maken en positioneren.

Master Kunstenaar / Ontwerper

De student onderzoekt en beschouwt kritisch de eigen praktijk en die van anderen in een brede context, met als doel de eigen praktijk te articuleren, verder te ontwikkelen en te positioneren.

Bachelor Kunstenaar / Ontwerper

De student positioneert zich als kunstenaar/ ontwerper zowel inhoudelijk als relationeel in de (internationale) contexten waarin deze werkt.

Master Kunstenaar / Ontwerper

De student positioneert zich vanuit een gearticuleerde visie als kunstenaar/ontwerper in de samenleving en draagt bij aan de ontwikkeling van het (internationale) werkveld.

Bachelor Kunstenaar / Ontwerper

De student kan condities voor een eigen werkpraktijk tot stand brengen, passend bij de eigen positionering. De student kan daartoe organiseren en communiceren met anderen.

Master Kunstenaar / Ontwerper

De student kan condities voor een eigen werkpraktijk realiseren, op een manier die past bij de ambities, beoogde rollen en positionering. De student kan daartoe organiseren en communiceren met anderen.

*Professional and educational profile for Visual Arts and Design (OBK 2014)

The following competencies have been addressed in the programmes:

  • Creative ability
  • Capacity for critical reflection
  • Capacity for growth and innovation
  • Organisational ability
  • Communicative ability
  • External awareness
  • Capacity for collaboration

Creative ability, capacity for critical reflection and capacity for growth and innovation are the key competencies in art education. External awareness is equally relevant, as it stresses the importance of current developments in professional practice. These competencies can be considered the core competencies for artists and designers. The capacity for critical reflection and external awareness are strongly interrelated, differing primarily in perspective (i.e., internal and external).

The remaining competencies, as indicated above, are organisational and communicative ability and capacity for collaboration. The competencies concern rather general abilities. These abilities are developed more specifically in every department and in each year. We refer to this development in terms of ‘learning objectives’: these specify what the student should know and be able to do at the end of each year. Learning objectives are formulated even more specifically at the level of the individual courses and projects.