​Interview alumnus Industrial Design Bas Froon

Bas Froon (1978) studeerde in 2017 af aan de voorloper van de Master Industrial Design, de Post Graduate Industrial Design. In 2017 nam hij deel aan Dutch Design Week en dit jaar staat hij in Milaan op de Salone del Mobile

Oorspronkelijk studeerde Froon technische bestuurskunde. Ruim tien jaar werkte hij als commercieel manager voor een energiebedrijf, toen hij besloot het roer om te gooien en zich toe te leggen op vormgeving. 

'Ik was goed carrière aan het maken, maar had er genoeg van om de wereld te bekijken via Excel sheets. Ik had behoefte aan iets tastbaars.'

Waarmee studeerde je af?

'Ik studeerde af met een machine waarmee je zachte biocomposieten plaatselijk kunt bewerken met een heet stempel tot een licht en sterk kunststof. Die techniek noem ik 'micromoulding'. Als voorbeeldproduct maakte ik een babydrager, maar de techniek kan breder worden toegepast. Het interessante ervan is dat één materiaal verschillende eigenschappen en kwaliteiten krijgt. Normaal zou je daar twee of meer materialen voor gebruiken. Nu is dat niet meer nodig.'

Hoe gaat het nu met dat project?

'De periode na mijn afstuderen ervaar ik als behoorlijk uitdagend. Soms voel ik me onzeker: 'Gaat het wel goed?', denk ik dan. Maar een feit is dat ik door Dutch Design Week werd gespot en dit jaar in Milaan sta. Dat is niet niks. Waar ik momenteel hoofdzakelijk mee bezig ben is het uitbreiden van mijn netwerk en het onder de aandacht brengen van mijn project. Tijdens de opleiding sta je er helemaal niet bij stil dat je als beginnende ontwerper een groot deel van je tijd helemaal niet bezig bent met dingen ontwerpen, maar veel meer met acquisitie en het schrijven van onderzoeksvoorstellen en fondsaanvragen. Dit is echt een periode van investeren. Daarbij moet ik alles helemaal uit mijzelf halen en dat valt soms niet mee.'

Wat kenmerkt jou als ontwerper?

'Ik heb een enorme passie voor ambacht en handarbeid. Vroeger restaureerde ik voor mijn plezier oldtimers. Tijdens de opleiding aan de KABK heb ik me verdiept in glasblazen, metaalbewerking en tuften (een productietechniek voor het maken van (vloer)kleden). Wat mij fascineert is, wat ik noem 'industriële ambachtelijkheid': de vertaling van zo'n ambachtelijke productietechniek naar een industrieel-digitaal proces.

Zijn nagenoeg alle ambachtelijke productieprocessen inmiddels niet al naar een industrieel proces vertaald?

'Ja, natuurlijk, op grote schaal wel. Waar het mij echter om gaat is de mogelijkheid van lokaal industrieel produceren én experimenteren. Als het gaat om productie bestaat er nog altijd een groot gat tussen enerzijds de massale off-shore productielijnen, zoals die van Ikea en de lokale, zeer kleinschalige, vaak kunstzinnige productie van ontwerpers en kunstenaars anderzijds. Er zit weinig tussen. Maar precies dat tussengebied interesseert me: middelgrote, 'customized' seriële productie. De techniek die je daarvoor nodig hebt, zoals electronica, sensoren en de bijbehorende software worden steeds betaalbaarder en dus bereikbaar voor individuele ontwerpers.'

Een soort democratisering van de productiemiddelen?

'Zo kun je het zien. De opkomst van de zogenaamde 'maker community' op internet, waarbinnen kennis en ervaringen worden uitgewisseld en open source platforms als Arduino, dat amateurs in staat stelt om eenvoudige robots te bouwen en programmeren, is hierbij van onschatbare waarde. De machine die ik maakte voor mijn afstudeerproject bijvoorbeeld, heb ik met behulp van deze middelen en onderdelen van bestaande apparaten gewoon thuis kunnen bouwen. Iedereen begint zo potentieel een productielijntje in zijn garage.'

Wat is het voordeel van die middelgrote, lokale seriële productie die hiermee mogelijk wordt?

'Het voordeel van deze manier van produceren en dus ontwerpen is dat je als ontwerper heel dicht op het productieproces zit. Als de afstanden klein zijn en de lijntjes kort, ben je flexibel en is er meer ruimte voor innovatie. Lokaal produceren is bovendien veelal duurzamer –mits je je materialen niet van de andere kant van de wereld haalt.'

Is dat belangrijk voor jou als ontwerper? Hebben ontwerpers anno 2018 volgens jou een morele plicht om duurzaam te ontwerpen?

'Dat vind ik lastig. Persoonlijk heb ik een haat-liefdeverhouding met 'circulair design'; termen als circulair en duurzaam werden in mijn oude werk misbruikt als marketing-trucs. Toch kun je er als ontwerper van nu niet meer omheen. Je draagt de verantwoordelijkheid voor jouw producten gedurende hun hele bestaan, niet uitsluitend tot aan het moment van verkoop. Je kunt echt nog wel gewoon een leuk krukje of een mooie vaas maken, maar niet zonder je vragen te stellen over de herkomst en toekomst van de materialen die je daarbij gebruikt.'

Hoe heeft de opleiding aan de KABK bijgedragen aan jouw ontwikkeling?

'De opleiding was een soort snelkookpan; ze zette alles op scherp. De combinatie van de kwaliteiten van het docententeam en m'n medestudenten en de intensiviteit van het programma, zorgde ervoor dat ik permanent werd gedwongen om mijn eigen grenzen te verkennen. Soms ging ik daarbij te ver en verprutste ik het, maar vaker werden mijn grenzen op een prettige manier opgerekt met groei als gevolg. Het vinden van die balans –tussen het openstaan voor kritiek en feedback van collega's en docenten enerzijds en het vasthouden aan m'n eigen intuïtie en overtuiging anderzijds– was steeds weer een uitdaging. Jezelf oprekken zonder van jezelf vervreemd te raken. Om dat te leren, moet het ook een paar keer mislukken. Dat is het fijne aan zo'n opleiding; er mogen dingen mislukken.'

Heb je een tip voor aankomend studenten van de Master Industrial Design? '

Voor deze opleiding geldt: Je haalt eruit wat je erin stopt. Geen enkele opleiding is een garantie voor succes, maar als je hard werkt en er vol voor gaat, gebeuren er mooie dingen. Onder begeleiding van een bevlogen team krijg je de gelegenheid om een sterk portfolio op te bouwen. Dat portfolio is je visitekaartje en dat heb je na de opleiding in de praktijk hard nodig.'

Interview door Merel Kamp

Gerelateerde links