Studenten Industrial Design volgen collegereeks archeologie bij Universiteit Leiden

Wat de designer kan leren van de archeoloog

tekst door: Merel Kamp

Archeoloog Maikel Kuijpers pleit met zijn werk voor een blikverruiming zowel binnen als buiten de archeologie: We moeten meer oog krijgen voor de materialen om ons heen, want deze beïnvloeden onze manier van denken en doen. Dit semester sluiten studenten van de Master Industrial Design aan bij Kuijpers’ collegereeks
How materials shaped the human world.

‘Mensen vinden mij een beetje een vreemde archeoloog’, vertelt Kuijpers. ‘Archeologie gaat altijd over het verleden. Ik stel de vraag: Wat heeft ons vakgebied te zeggen over wat er nú gaande is? Haal je hoofd uit het zand, zeg ik tegen mijn studenten.’

Vertrekkend vanuit het new materialism –een stroming binnen de archeologie– stelt Kuijpers een andere kijk op het menselijke handelen en kennen voor; beiden worden volgens hem mede vorm gegeven door materialiteit. ‘Hoe ontwikkelt de menselijke cognitie of intelligentie zich in relatie tot materialen? Dat is de vraag waar ik me mee bezig houd. En ik denk dat die vraag niet alleen relevant is voor het verleden, maar ook voor het heden. Misschien maken we andere keuzes als we ons meer van materialen bewust zijn.’

Wat materiaal doet

De material engagement theory, vertelt Kuijpers, formuleert een antwoord op die vraag over de relatie tussen mens en materie vanuit een archeologisch, dus macro-historisch, perspectief en beschrijft processen en ontwikkelingen, die zich gedurende honderden jaren voltrekken. Maar je kunt de invloed van materialen ook in het klein zien, meent hij, in de manier waarop vakmensen, zoals houtbewerkers en keramisten, zich tot hun materiaal verhouden. ‘Die zeggen dingen als ‘het materiaal vertelt mij wat te doen’, zegt Kuijpers, die in het kader van zijn onderzoek veel gesprekken met makers voerde.

Heeft het materiaal het dan voor het zeggen en niet de (vak)mens? ‘In ieder geval heeft niet alléén de mens het voor het zeggen. Maar we weten niet precies waar de agency zich ophoudt; misschien wel ergens tussen materiaal en mens.’ Agency is een term die zich slecht in het Nederlands laat vertalen en dus vaak onvertaald wordt gelaten. ‘Vermogen-tot-handelen’ komt in de buurt.

Bronzen ringen

Maar wat moeten we ons voorstellen bij zo’n vermogen-tot-handelen van een materiaal? Kuijpers geeft een voorbeeld: ‘Eén vroege vorm van geld in Europa waren een soort nekringen. Die zien we in de Vroege Bronstijd, zo'n 4000 jaar geleden (Vroege Bronstijd centraal-Europa = 2200-1700 BCE).

Deze ringen waren geschikt als betaalmiddel, omdat ze vrijwel identiek zijn in vorm en gewicht. En waarom zagen ze er hetzelfde uit? Brons kun je gieten. Met brons werd het dus voor het eerst mogelijk om met een mal te werken en dus kopieën te maken. Andere materialen, zoals steen, lieten zich alleen bewerken door er stukken af te halen. Dat werken met een mal was in die tijd een fundamenteel andere manier van dingen maken. En dus een fundamenteel andere manier van denken. Beide mogelijk gemaakt door het materiaal: brons.’

Bronzen ringen - Foto: Maikel Kuipers

Wat Kuijpers voorstelt is een soort uitbreiding van de menselijke agency of subjectiviteit, zoals je die ook in het techniekfilosofisch gedachtengoed van denkers als Bruno Latour en Peter-Paul Verbeek terugziet. Maar waar binnen de techniekfilosofie vaak wordt gekeken naar de gedeelde agency, of subjectiviteit, van mens en (technologisch) ding, begint Kuijpers nog een stap kleiner: bij het materiaal waarvan de dingen om ons heen gemaakt zijn. Daarbij trekt hij dus lering uit het verleden.

De archeoloog en de ontwerper

En als we het verleden naar het heden, of zelfs de toekomst vertalen? Wat voor inzicht levert dat dan op? ‘We kunnen ons niet naïef opstellen als het gaat om de mate waarin de dingen en hun materiaal iets met ons doen. Materialen hebben impact.’ Er worden momenteel wereldwijd experimenten gedaan met grafeen, vertelt Kuijpers, een nieuw wondermateriaal dat wellicht plastic van het podium zal stoten.

Grafeen is sterker dan staal, vederlicht, een goede geleider, doorzichtig én buigzaam. ‘Je kunt dit soort materialen niet binnenhalen en dan denken dat er niets verandert. Zo’n materiaal zal bijvoorbeeld ook onze taal binnensluipen en zo invloed hebben op hoe we de wereld zien. Tijdens de Industriële Revolutie, werd de mens gezien als een kleine fabriek. Onze huidige metafoor voor het menselijk brein is de computer. Techniek en materialiteit, kleuren ons mens- en wereldbeeld.’

Moet er dus standaard een archeoloog aan iedere ontwerptafel zitten? ‘Nou, dat gaat wat ver’, lacht Kuijpers. Interdisciplinaire samenwerkingen zoals deze met de KABK-studenten van Master Industrial Design, zijn volgens hem echter wel van groot belang: ‘Zodra je met mensen buiten je eigen vakgebied gaat praten, krijg je vragen waarop je slecht bent voorbereid en dat houdt je scherp. Wij academici houden ons bezig met het abstracte, met, in het geval van de archeologie, tijdspannes en ontwikkelingen waarin het individu verdwijnt.’

Kuijpers verwacht dat de studenten van Master Industrial Design hem zullen vragen het concreet te maken: Wat betekent dit nu voor mij als ontwerper? Kuijpers: ‘Die vertaalslag maken vind ik moeilijk, maar ook uitdagend. Tegelijkertijd wil ik graag designers en makers uit hún focus op dat ene, concrete ontwerp halen en die brede, abstracte blik meegeven. Het besef: dit voorwerp dat ik maak gaat mij overleven en alle ethische vragen die dat met zich meebrengt.’


portret Maikel Kuijpers
foto: Maikel Kuijpers

Maikel Kuijpers is universitair docent Archeologie aan de Universiteit Leiden.

Voor de Correspondent schrijft hij over de fundamentele materialen van onze moderne beschaving, zoals beton, staal en plastic.

Bekijk het onderzoeksportfolio van Maikel Kuijpers en een documentaire van zijn hand.

Gerelateerde opleiding