Interview Ista Boszhard: Samenwerken, delen en duurzaam innoveren

Een bh van kombucha-leer, luchtzuiverende kamerschermen van wol en nieuwe kleding uit garen verkregen door 'overstock' van grote modeconcerns te ontrafelen...

Studenten van de Master Industrial Design onderzochten nieuwe, duurzame materialen en verdienmodellen in de textielindustrie onder begeleiding van Lenneke Langenhuijsen (Buro Belén) en in nauwe samenwerking met Waag's TextileLab, Amsterdam, opgezet door Cecilia Raspanti en Ista Boszhard. Het resultaat van deze samenwerking werd onlangs gepresenteerd in een uitverkochte WAAG.

Foto's: Daniela Roșca

MID sprak met Ista Boszhard over samenwerken, het stellen van kritische vragen en materiaalonderzoek.

Interview door Merel Kamp

Waag's TextileLab werkt veel met studenten, creatieven en onderzoekers. Werken jullie ook wel samen met de textielindustrie?

'Momenteel doen we dat binnen het Textile Clothing Business Labs project –een Europees project dat ons de mogelijkheid gaf dit lab op te zetten– waarin alles draait om de samenwerking van textiellabs en de industrie en het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen. Ook doen we geregeld materiaaltests voor modemerken die interesse hebben in textiel verven met bacteriën. Maar echt samenwerken blijft ingewikkeld, omdat de textielindustrie vrij gesloten is. Wij werken nooit louter uitvoerend en willen alleen met partijen samenwerken die niet alleen open staan voor innovatie, maar ook open zijn over hun problemen en ideeën. Wij delen graag onze onderzoeksagenda met externe partijen als zij ook met ons delen; anders is het eenrichtingsverkeer. Het blijft dus een zoektocht, maar dat betekent niet dat er niets gebeurt. We zien de verandering langzaam vormkrijgen.'

Is samenwerken met een groep studenten als die van MID vooral interessant voor die studenten of ook voor jullie als TextileLab?

'Eigenlijk is voor ons elke ontmoeting met een externe partij weer een soort 'reality check' op het werk en het gedachtengoed dat wij ontwikkelen: Resoneert wat wij doen ook bij andere mensen met een andere achtergrond? Voor ons was het erg waardevol om met een groep met zulke diverse achtergronden te werken. De reacties die we kregen op ons werk, dragen bij aan ons proces van onderzoek en reflectie. En we zagen dat de studenten de vraag die wij als TextileLab stellen –die brede vraag naar alternatieven voor de textielindustrie– op een andere manier benaderen dan wij.'

In welke zin?

'Eigenlijk geldt in het algemeen voor studenten dat ze het moeilijk vinden om een echt kritische houding aan te nemen ten opzichte van deze vraag. Ze doen zichzelf tekort door wat ze aangereikt krijgen niet te bevragen en blijven dan hangen bij 'wat is een duurzaam alternatief voor dit of dat materiaal?' terwijl je eigenlijk naar een bredere vraag toe wilt: 'Hoe denken we überhaupt over materiaal?' Als je de vraag zo insteekt kom je tot heel andere inzichten. Moeten we plastic vervangen door iets anders? Nee, het is een fantastisch materiaal, mits we het anders gebruiken en er anders over denken. Door één van jullie tutoren, Yassine Salihine, werden de studenten aangespoord hun onderzoeksvraag in te bedden in hun persoonlijke verhaal. Bij jezelf en je persoonlijke interesses beginnen, stelt je in staat om kritischer naar dingen te kijken en je af te vragen: 'Hoe verhoud ík me hiertoe?'. '

'Duurzaamheid betekent voor ons ook: iets doen wat je aanspreekt.'

Waarom is die link met het persoonlijke nodig voor het hebben van een kritische houding?

'Vanuit het Lab geloven we dat dat de meest duurzame manier van werken is: vanuit jezelf beginnen. Dat zorgt ervoor dat je minder in systemen en rollen denkt en vraagstukken als mens benadert. Duurzaamheid betekent voor ons ook: iets doen wat je aanspreekt. Natuurlijk moeten we allemaal wel eens dingen doen die we niet leuk vinden, maar het zou toch gek zijn als we systemen opzetten waarin we ons niet thuis voelen. Dus dat persoonlijke werkt als een soort wegwijzer in je proces. Het is heel lastig om in een systeem dat zo vast zit en complex is als de textielindustrie, te zien waar je zou kunnen beginnen iets te veranderen. Het herkennen en zien van mogelijkheden –en problemen– is cruciaal, maar het duurt best even voordat studenten op dat punt uitkomen en een onderzoeksvraag stellen die hen eigen is. Daarvoor zijn contextonderzoek en die persoonlijke insteek heel erg belangrijk.'

Hoe gaat zo'n onderzoek in zijn werk?

'Dat kan, maar hoeft niet, vanuit het materiaal beginnen. Als je aan het maken slaat, stuit je al heel snel op problemen of vragen vanuit de ontmoeting met het materiaal. Als je eerst uitgebreid gaat lezen en analyseren kom je er wellicht pas veel te laat achter dat iets op materiaal-niveau helemaal niet werkt. Bovendien heb je altijd meteen iets concreets om het over te hebben. Het maakproces en materiaalonderzoek in het klein helpen zo om grotere problemen te identificeren. Dat is een belangrijk uitgangspunt van ons lab. Dat en het blijven stellen van vragen en inzien van de waarde van kleine bevindingen uit dat materiaalonderzoek die op het eerste gezicht misschien niet van belang lijken, maar wel degelijk kostbare informatie opleveren. Het gaat ons uiteindelijk om het samenbrengen van materiaalonderzoek, reflectie en productontwerp.'

Waarom moet een student nog een keer touw uit vlas maken als we al weten hoe dat moet? Zit niet iedereen gewoon steeds opnieuw het wiel uit te vinden?

'Een beetje wel, ja. Tegelijkertijd ontkom je er niet aan bepaalde processen te doorlopen. Je moet het wiel toch minstens begrijpen om het opnieuw te kunnen ontwerpen en dus moet iets meekrijgen van die basis en het vakmanschap. Maar er zou over het algemeen vaker onderzocht mogen worden wat er al gedaan is, om vervolgens van daaruit te vertrekken en niet helemaal bij nul te beginnen. En het zou mooi zijn als resultaten van onderzoek dus ook breed gedeeld worden en open source zijn.'

'Het gaat niet om de individuele ontwerper, het gaat om het grote verhaal.'

Tegelijkertijd lijken designers altijd origineel te moeten zijn. Voortbouwen op andermans werk, zoals in de wetenschap gebeurt, is niet de gebruikelijke praktijk in de designwereld.

'Dat klopt. Dat heeft te maken met verdienmodellen en hoe mensen worden opgeleid. Bij Waag's TextileLab werken we volledig open source. We zijn transparant en delen alles, ook onze mislukkingen. Je merkt dat mensen het heel prettig vinden om onderdeel te zijn van een netwerk waarin ze kunnen bijdragen aan onderzoek. Steeds meer mensen zien de meerwaarde van die openheid, gemeenschappelijke taal en interdisciplinariteit ten opzichte van in je eentje aan iets werken en je idee beschermen. Bij ons is deze manier van denken en werken ingebed in onze methodiek. De vragen waarmee we nu te maken hebben zijn eigenlijk ook gewoonweg te dringend om er op een andere manier mee om te gaan. Het gaat niet om de individuele ontwerper, of om ons als TextileLab, het gaat om het grote verhaal.'

Over Ista Boszhard

Ista Boszhard

About Ista Boszhard

Ista Boszhard studeerde Design aan het Amsterdam Fashion Instituut en Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, dat ze afsloot met een scriptie over interdisciplinair onderwijs en de waarde van kunst. Ook volgde Ista een interdisciplinaire master aan de Universiteit Utrecht. Samen met Cecilia Raspanti zette Ista Waag's Textilelab op. Naast haar bezigheden voor het Textilelab begeleidt ze afstudeerprojecten aan het AMFI en is ze verbonden aan de minor Design Thinking & Doing.

Gerelateerde items