Inleiding
In september 2009 is het tweejarig Mastertraject voor Onderzoek in de Kunsten van start gegaan. Dit mastertraject is een samenwerking tussen de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium.
Beschrijving
Research in and through artistic practice
Kunst ontstaat in een voortdurende wisselwerking tussen maken of handelen, en de theoretische reflectie hierop. Het is denken in materie, of in compositorisch materiaal. Iedere kunstenaar kent het moment waarop de materie of de partituur waarmee gewerkt wordt, het (her)scheppingsproces gaat beïnvloeden. Het onderzoek in de kunsten brengt dit proces aan de oppervlakte, met als doel het te verdiepen. De kunstenaar-onderzoeker bevindt zich in de praktijk die hij onderzoekt, en vormt de praktijk door het onderzoek. Het onderzoek bestaat daarom altijd uit twee componenten, een artistieke en een theoretische component.
Het onderzoek in de kunsten kent geen voorgeschreven methodiek. Kunstenaars ontwerpen doorgaans hun eigen werkmethoden. Het onderwijs in Research in and through artistic practice laat daarom ruimte voor een diversiteit aan onderzoeksmethoden. Openheid, analyse, complexiteit, twijfel en onzekerheid kenmerken dit type onderzoek. Het gaat erom dat de student eigen vormen en criteria ontwikkelt waaraan het onderzoek dient te voldoen. Dit is echter niet strikt subjectief. De student leert om de eigen overwegingen en criteria te beargumenteren en te communiceren met anderen.
Het resultaat van het onderzoek is in de eerste plaats een artistiek produkt: kunst of een herschepping. Dit Mastertraject zal daarom sterk op de praktijk gericht zijn, met als uitgangspunt een kunstenaarschap van hoog niveau.
Voor welke studenten
Studenten die het Mastertraject willen volgen dienen affiniteit te hebben met het verbaal en schriftelijk reflecteren op het eigen werk en op de kunst in het algemeen. Het uitgangspunt bij, en de voorwaarde voor, het doen van onderzoek blijft echter de eigen artistieke (re)productie.
Programma
De eigen onderzoeksvraag van de student is het uitgangspunt van het tweejarige mastertraject. De opleiding bestaat uit 60% praktijk (practice and research) en 40% theorie (exploration and research).
Het praktijkdeel bestaat uit individuele begeleiding. Elke student werkt aan de praktische, artistieke context en de thematiek waarbinnen het onderzoek plaatsvindt, al naar gelang de artistieke discipline dat vereist.
Het theoriedeel bestaat uit drie elementen:
- colleges en workshops t.b.v. het ontwikkelen van academische vaardigheden, zoals wetenschapsfilosofie, onderzoeksmethodologie en schrijfvaardigheid,
- groepslessen en individuele lessen presentatie en documentatie, waarbij het onderzoek in een Collegium/Mastercircle wordt gepresenteerd en bediscussieerd.
- individueel programma: vakken die raken aan de eigen praktijk, buiten de Hogeschool, bijvoorbeeld aan de Universiteit Leiden of aan de TU Delft.
Toelatingseisen
Voor toegang tot het Mastertraject is een Bachelor Kunstvakonderwijs aan een Nederlandse Hogeschool of een in het buitenland behaald diploma Bachelor of Arts een vereiste, als ook aantoonbare affiniteit met theoretisch onderzoek en/of artistieke reflectie. Wanneer aan deze ingangseisen is voldaan, wordt de kandidaat beoordeeld op basis van:
- een portfolio van artistiek werk of het instrumentale of vocale, technische en artistieke niveau
- een onderzoeksvoorstel c.q. studieplan, waarin begrip van en affiniteit met onderzoek in de kunst duidelijk naar voren komt
- een gesprek over het werk en de affiniteit met onderzoek in de kunsten.
Aanmelden
Als je belangstelling hebt voor het volgen van het tweejarige Mastertraject voor Onderzoek in de Kunsten, laat het weten door een mail te sturen aan het Hoofd Masteropleidingen van de KABK of van het Koninklijk Conservatorium ma.studies@admin.koncon.nl of ma.studies@kabk.nl. Je ontvangt dan een toelatingsformulier. Voor de toelating lever je het volgende in:
- portfolio, composities of opnamen
- onderzoeksvoorstel en toelichting (maximaal 1000 woorden), gebaseerd op het artistieke werk met daarin:
• titel en onderwerp doel van het onderzoek, vraagstelling en hypothese
• verbinding met het eigen werk
• theoretische en artistieke uitgangspunten en methode van onderzoek
• gefaseerd werkplan en tijdschema, voor zowel praktijk- als theoriegedeelte
Deadline voor aanmelding 1 mei 2010.