| Onderwijs- en professionele doelstellingen |
Grafisch ontwerpen wordt zowel in een voltijd- als een deeltijdopleiding aangeboden. De opleidingen zijn qua inhoud vergelijkbaar. Beide opleidingen hebben een onderwijsprogramma waarin aandacht besteed wordt aan drie domeinen van kennis en kunde: een artistiek domein, een theoretisch domein en een professioneel-maatschappelijk domein. Soms zijn de domeinen direct in de studieonderdelen herkenbaar, bijvoorbeeld bij theorie en beroepsvoorbereiding. Op andere vlakken komen de domeinen gemeenschappelijk in onderdelen voor. Zo hebben ontwerpen en typografie zowel een artistieke als theoretische dimensie, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Artistiek domein
De pijlers van de opleiding zijn vier ontwerpvakken: ontwerpen, interactie-ontwerp, beeld en typografie. Alle vakken hebben een conceptuele inslag. Bij ontwerpen gaat het om het onderzoeken, ordenen, bewerken en verbeelden van informatie en het regisseren van processen van informatieoverdracht. Bij interactie-ontwerp worden – zoals de naam al zegt - interactieve processen ontworpen, voor nieuwe media en andere contexten. Beeld gaat over het maken, bewerken, inzetten en ordenen van beeldmateriaal en het tot stand brengen van concepten waarin beeld een rol speelt. Typografie concentreert zich op het ontwerp van de visuele vorm van teksten, zelfstandig en in relatie tot beeld; er is aandacht voor het ontwikkelen van concepten, typografische begrippen en opvattingen, technieken en materialen. In het eerste jaar valt typografie samen met letters, waarbij een eerste inzicht in letters en letterontwerpen verkregen wordt.
Vanaf het tweede jaar wordt er geleidelijk aan niet meer in ‘vakken’ gedacht, maar in begeleiding vanuit de verschillende specialisaties bij het uitvoeren opdrachten. Vanaf dat moment is er een sterke verbinding met het professioneel-maatschappelijk domein. In het tweede en derde jaar hebben de studenten elk semester de keuze tussen twee aanvullende onderdelen. In de Letterstudio wordt onderzoek gedaan naar letters in relatie tot typografie. Het PlayLab zoekt met een experimenteel onderzoeksprogramma, waarin veel aandacht is voor beeld en de relatie tussen beeld en tekst, de grenzen van het vak op.
Theoretisch domein
Het theorieonderwijs van de afdeling brengt een wisselwerking tot stand tussen de verwerving van kennis en inzicht over het actuele grafisch ontwerp in zijn artistieke, historische en maatschappelijke context en het werk van de student. In het eerste jaar staat het hedendaagse grafisch ontwerp centraal in relatie tot de beeldende kunst, andere ontwerpdisciplines en de beeldcultuur. Het tweede jaar is theorie gewijd aan ontwerpgeschiedenis. In het derde jaar aan filosofie, met een aandacht voor de relatie van grafisch ontwerpen tot maatschappelijke kwesties. In het vierde jaar begeleidt de theoriedocent de studenten bij het schrijven van de eindscriptie, die in het teken staat van het afstudeerproject. Een belangrijk doel van het theorieonderwijs is studenten te leren zich tot het werk van anderen te verhouden, standpunten in te nemen en kleur te bekennen waar het aankomt op persoonlijke betrokkenheid en smaak.
Naast het theorieaanbod van de afdeling volgen de studenten de academiebrede vakken kunsttheorie en academische vaardigheden, en kunnen ze deelnemen aan het studium generale van de academie. Daarnaast hebben ze de mogelijkheid in het kader van het Individueel Studietraject vakken aan andere afdelingen of aan de de Universiteit Leiden te volgen.
Professioneel-maatschappelijk domein
Wat is de maatschappelijke betekenis van grafisch ontwerpen? Welke positie ambieer je als grafisch ontwerper in de maatschappij? Wat moet je daarvoor doen? Deze vragen komen vanaf het begin van de opleiding aan de orde. Doel is de studenten voor te bereiden op hun toekomstige beroep. In de propedeuse gebeurt dat speels en oriënterend. In de vervolgjaren worden met opdrachten situaties opgeroepen die op de praktijk lijken. Er is contact met het werkveld, publiek en opdrachtgevers. Sommige projecten spelen zich buiten de academie af, andere zijn aan de beroepspraktijk ontleend. Bovendien gaan alle studenten op stage. In het vierde jaar wordt zeer expliciet op de toekomstige beroepsbeoefening ingezoomd. Zo is er het vak beroepsvoorbereiding, worden de studenten begeleid bij het samenstellen van een portfolio en kiezen ze afstudeerprojecten. Daarbij worden de consequenties van hun voorgenomen keuzes belicht. Zo moet de studenten zich beraden op de vraag wat voor ontwerper ze willen zijn, of ze bij een bureau of voor zichzelf willen werken en wat het beste bij ze past. Ook komen mogelijkheden voor vervolgopleidingen aan de orde. In het eindexamenjaar wordt van de studenten verwacht dat ze zichzelf bij de beoordelingen als ontwerper presenteren en hun positie in het vak toelichten.
|