NL / EN
       
   
Onderwijs- en Professionele doelstellingen

De student dient zich tijdens de studie de 'Competenties Ruimtelijk  Vormgever' eigen te maken. De student moet als ontwerper zelfstandig in het beroepsveld kunnen functioneren. Dat hoeft niet te betekenen dat hij ook als zelfstandig ondernemer moet opereren. Zijn ontwikkeling tot ontwerper met generiekontwerpende houding is het primaire doel van de opleiding.

De belangrijkste eis waaraan de ruimtelijk vormgever dient te voldoen, is dat hij gevormd is tot ontwerper. Hij is dusdanig gevormd dat hij het verworvene in alle beroepssituaties toe kan passen, in de context van een ontwikkelde houding. Dit stelt eisen aan de persoon en de persoonlijkheid van de ontwerper.

Van de aan de KABK opgeleide ontwerper kan verwacht worden dat hij zich vormt vanuit een persoonlijke visie op het vak van ontwerper, het fenomeen van het interieur en de maatschappij. Hij moet op een verrassende en gelaagde manier leren betekenissen over te dragen, te reflecteren op ontwikkelingen in discipline en maatschappij, nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten, op te pikken en verder te brengen, een waarderingsvlak hiervoor creëren en te werken aan verdieping en uitwerking van de eigen visie en het oeuvre. Hij moet de problemen van het programma van eisen oplossen, vormgeven en in technische zin vertalen. Van het grootste belang is de bewustwording van de student van de culturele, sociale, technologische en economische ontwikkelingen. Deze vormen de voedingsbodem voor de actualisering van de werkwijze van de ontwerper. Wil de ontwerper op aansprekende wijze zijn rol kunnen vervullen, dan moet hij zich bewust zijn van de behoeften bij zijn publiek en daar op in kunnen spelen.

De opleiding heeft tot taak de voorwaarden te creëren waarbinnen de student zich tot een dergelijke ontwerper kan ontplooien. Het hoofdzakelijke leerdoel van opleiding is dan ook de vorming tot een goed ontwerper. Uitgangspunt is zodanig een mogelijkheid tot vorming aan te bieden, dat ongeacht het studieaanbod, de individuele student zich tot een door zijn persoonlijkheid gestempelde ontwerper kan ontplooien. Een belangrijke voorwaarde is dat hij voldoende breed theoretisch en artistiek gevormd is en in staat tot reflectie op eigen werk en dat van anderen.

De student moet bovendien zijn eigen positie als ontwerper leren ontwikkelen. Daarvoor is het nodig dat hij zijn eigen fascinaties leert ontdekken en vormgeven. Hier is niet het aanbod bepalend voor het resultaat, maar de vraagstelling bij de student zelf.

Deze vraagstelling wordt door de opleiding geprikkeld door een breed en intensief aanbod van meningen, stromingen, personen, etc. (context en debat), hierbij moet de student die basiskennis en vaardigheden eigen maken, die het hem mogelijk maken als ontwerper te functioneren.

In de loop van de studie dient de student zich de volgende competenties eigen te maken:

In de studieopbouw worden verschillende domeinen onderscheiden. In hoofdzaak worden de competenties binnen deze domeinen verworven.

Artistiek professioneel domein

  • Creërend vermogen;
  • Vermogen tot kritische reflectie.

Tot het artistiek vaktechnisch domein worden vooral de vakken gerekend van de clusters Ontwerpen I en Ontwerpen II en visualiseren.

Professioneel maatschappelijk domein

  • Creërend vermogen;
  • Organiserend vermogen;
  • Vermogen tot kritische reflectie;
  • Communicatief vermogen;
  • Omgevingsgerichtheid;
  • Vermogen tot samenwerken.

De competenties in het professioneel maatschappelijk domein worden vooral verworven in de vakken behorend tot de clusters Ontwerpen, Morfologie, Media en Materialen, alsmede de stage en andere beroepsgerichte activiteiten.

Theoretisch domein

  • Vermogen tot kritische reflectie; 
  • Communicatief vermogen;
  • Omgevingsgerichtheid.

De competenties in het theoretisch domein worden in eerste instantie verworven in de vakken behorend tot het domein Kennis en Context / cluster Theorie, maar evenzeer in de analoog aan de ontwerpende en visualiseringvakken gegeven theoretische onderbouwingen, achtergrondinformatie, excursies, etc.