NL / EN
       
   
Algemene beschrijving

Historie van de discipline

Interieurarchitectuur

Interieurarchitectuur heeft diepe wortels in de geschiedenis. Het is immers van alle tijden en plaatsen, dat architectonische ruimten ten behoeve van gebruik en gebruikers ingericht en afgewerkt worden. Enerzijds werd deze opgave door architecten uitgevoerd, anderzijds waren gespecialiseerde ontwerpers op dit terrein actief.

Onder invloed van het functionalisme ontstond er in de 20ste eeuw specifieke aandacht voor de gebruiksaspecten van het interieur en een daarmee samenhangende vormgeving. Zowel architecten als meubelmakers hielden zich met het interieur in deze zin bezig. Tegelijkertijd ontstond er nadrukkelijk aandacht voor de 'binnenhuiskunst' en werden opleidingen hiervoor in het leven geroepen. Interieurarchitectuur als discipline heeft zich vooral sinds de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld en wordt sindsdien als een deelgebied van de brede discipline architectuur beschouwd. Deze breedte wordt o.a. weerspiegeld in de Wet op de architectentitel, waarin naast de titel van architect, de titels van interieurarchitect, van tuin- en landschapsarchitect en die van stedenbouwkundige beschermd zijn.

Het kenmerkende van interieurarchitectuur is de aandacht voor de specifieke gebruiker en het specifieke gebruik in relatie tot de kwaliteit en de beleving van de ruimte. De opvattingen binnen interieurarchitectuur zijn enerzijds sterk gerelateerd aan die van de architectuur in de brede zin, terwijl ook de invloed van recente ontwikkelingen op het gebied van vormgeving in het algemeen een rol spelen, met name het gebied waarin interieur en interieurproducten elkaar overlappen. Tot het vakgebied behoort het ontwerpen van interieurs voor uiteenlopende situaties, waarin wonen en werken centraal staan. Te denken valt, naast woonhuisinterieurs, aan professionele werksituaties als kantoren en werkplaatsen; interieurs voor de gezondheidszorg, ziekenhuizen en verpleeghuizen; ruimten voor recreatie, musea en winkels.


Meubelontwerpen

Meubelontwerpen is een discipline die zich binnen de verschillende ontwerpende disciplines onderscheidt door zijn eigen karakter en kenmerken. Enerzijds kan het meubel als product worden opgevat, anderzijds heeft het meubel altijd in relatie met het interieur en het wonen een plaats gekregen. Een belangrijk aspect daarvan is dat het een nadrukkelijk voertuig van persoonlijke en sociale identiteit is. Deze verschillende aspecten zijn bepalend voor het eigen karakter van het meubel en daarmee van het meubelontwerpen.

In de geschiedenis was het meubelontwerpen sterk aan het ambacht van de meubelmaker verbonden. Deze werkte voornamelijk in hout en bezigde uiterst verfijnde en uitontwikkelde technieken. Hij werkte aan een grote variëteit aan meubeltypen die, afhankelijk van de vraagstelling, varieerden van eenvoudig gebruiksmeubilair tot rijk geornamenteerde en gedetailleerde meubels, gericht op status en representatie.

De industrialisatie maakte langzaamaan een einde aan deze ambachtelijke traditie. Thonet ontwikkelde in het midden van de 19e eeuw het eerste industriële meubel, waarin de industriële techniek en een daaruit voortvloeiende vormgeving met elkaar samengingen. Tot ver in de twintigste eeuw bleef het vakgebied echter voornamelijk op ambachtelijke leest geschoeid, ondanks heldhaftige pogingen tot industriële vormgeving. Na de jaren vijftig breekt het industriële meubel door, maar al in de tachtiger jaren komt er een reactie, die het ambacht opnieuw tot uitdaging heeft. Aan het begin van de 21ste eeuw zijn alle opties weer open. Het ambachtelijke meubel heeft, mits exclusief van karakter, alle kans, naast het als product uitontwikkelde meubel dat middels de modernste technieken gerealiseerd wordt.

Actuele situatie van de discipline

Interieurarchitectuur

De ruimtelijke condities van onze leefomgeving spelen een grote rol in de wijze waarop wonen, werken, leren, recreëren, zorgen en consumeren als activiteit beleefd kunnen worden en in de wijze waarop daaraan inhoud gegeven kan worden. De kwaliteit van deze ruimtelijke condities wordt, binnen de zich veranderende sociaal-economische, culturele en politieke context, in hoge mate door de in dit veld opererende ontwerpende en vormgevende disciplines bepaald. Interieurarchitectuur is in dit kader te beschouwen als de discipline die zich hoofdzakelijk richt op de relatie tussen de gebruiker en de binnenruimten. Anders gezegd: in het interieur worden gebruiksfuncties gespecificeerd en geschikt gemaakt voor menselijk verblijf en functioneren, zowel in meer op feitelijk gebruik gerichte aspecten als in affectieve zin en waardering.

De discipline interieurarchitectuur kan als volgt omschreven worden: in de interieurarchitectuur staat, anders dan bij de overige ontwerpende disciplines, de relatie tussen de specifieke gebruiker(s) en de specifieke verblijfsruimte(n) centraal. Interieurarchitectuur ontleent zijn identiteit aan het vormgeven van deze specifieke relatie, in de zin van gebruiks- en belevingswaarde. In het interieur dienen de gebruiksfuncties gespecificeerd en geschikt gemaakt te worden voor menselijk verblijf en functioneren, op een wijze die recht doet aan menselijke affecties en beleving. Het eigene van interieurarchitectuur is dus in de kern datgene waarmee deze identiteit vormgegeven kan worden. Enerzijds zijn er overlappingen tussen interieurarchitectuur en andere ontwerpende disciplines, waardoor interieurarchitectuur ingebed is in het geheel van het gebied van de architectuur en andere vormgevende disciplines. Anderzijds is er sprake van het toepassen van kennis en vaardigheden van niet-vormgevende disciplines op de interieurarchitectuur, zoals: ergonomie, techniek, marketing, psychologie, etc. Interieurarchitectuur staat in het brandpunt van beide relaties.

Het interieur wordt de laatste decennia steeds meer gezien als een ruimte die door vormen, kleuren, materialen en objecten specifieke betekenissen en emoties genereert en daardoor welbewust door de ontwerper geplande ervaringen kan leiden. Begrippen als identiteit, communicatie en beleving spelen dan ook een belangrijke rol in het interieurontwerp. Wat dat betreft zijn er interessante parallellen met de mode: net als bij kleding speelt in het interieur het identiteitsgevoel van de gebruiker een belangrijke rol. Bij ontwerpen voor retail en ontspanning zien we dit soms in extreme vormen terugkomen.

De verschillende werkgebieden van de interieurarchitect kunnen onderscheiden worden naar de wijze waarop de specifieke gebruiker in een bepaald type omgeving functioneert (woonomgevingen, bedrijfsomgevingen, zorgomgevingen, etc.). Het begrip 'ruimte' kan als instrument beschouwd worden, waarvan binnen de discipline interieurarchitectuur gebruik gemaakt wordt om de kernbegrippen specifieke gebruiker(s) en de specifieke verblijfsruimte(n) tot eenheid te brengen. Het begrip "ruimte" dient nadrukkelijk in architectonische zin opgevat te worden, die middels afwerking en inrichting tot samenhang gebracht wordt.

Meubelontwerpen

Voor de meubelontwerper ligt de uitdaging in het ontwikkelen van meubels en aanverwante producten, die op de huidige mogelijkheden inspelen. De traditionele markten zijn sterk aan het verschuiven en tegelijkertijd is het aanbod aan ontwerpen zeer groot. De meubelontwerper moet in staat zijn de door hem op basis van persoonlijk kunnen en identiteit ontworpen meubels doelgericht op de markt te brengen. Het ontwikkelen van een eigen markt(aandeel) is noodzaak en levensvoorwaarde. In de beheersing van de samenhang van het complex van ontwerp, presentatie en distributie ligt zijn kracht. Om binnen dit veld te kunnen spelen, zijn eigenzinnigheid, sterke visuele verbeeldingskracht, beheersing van technieken en een overtuigende presentatie en communicatie de basis. Voor de ontwikkeling van de eigen markt staat naast de traditionele kanalen, vooral het internet ter beschikking.

De discipline meubelontwerpen kan als volgt omschreven worden: Bij meubelontwerpen staat het voorwerp in zijn intermediaire rol tussen mens en ruimte centraal. Het meubel heeft immers altijd een nadrukkelijke relatie met het menselijke lichaam; veel aspecten van dimensioneren en gebruik worden hierdoor bepaald. Anderzijds is het meubel een voorwerp in de (architectonische) ruimte. Dit kan zich als een los object manifesteren of als een integraal deel van die ruimte. Een belangrijk aspect van het meubel is zijn betekenis als uitdrukking van emotionele, sociale, culturele en artistieke waarden. Bij dit alles speelt de ontwikkeling van nieuwe technieken en de expressie die daaraan ontleend kan worden een belangrijke rol. In de perfecte beheersing van de materialisatie en de realisatie komen alle aspecten samen.