NL / EN
   


Student Portal

 
   
Onderwijs- en professionele doelstellingen

Per studiejaar zijn de opdrachten welomlijnd in functie van een collectie of project als afronding. Deze opdrachten begeleiden de studenten bij het onderzoek naar een persoonlijke en individuele invulling. Aanvullend worden er ook gastlessen en workshops gegeven die specifieke domeinen van het vak behandelen.

Artistiek professioneel domein

Propedeuse: oriënteren in het beroepsveld

In het propedeuse jaar ligt de focus op het werkveld van de disciplines textiel- en modeontwerpen waardoor de studenten zich kunnen oriënteren om later in het tweede semester een keuze te maken voor een van beide richtingen.

Vervolgens wordt de basis gelegd voor een professionele en internationale visie en ontwikkeling. De beheersing en kennis van materialen, techniek en beeldvorming zal gedurende de hele opleiding ontwikkeld worden en vormt vanaf jaar één een van de belangrijkste pijlers in de opleiding om de eigen creativiteit vorm te geven.

Die creativiteit wordt in de propedeuse vooral gestimuleerd door de studenten vrijuit te laten experimenteren, waardoor ze hun creatieve persoonlijkheid zo grondig mogelijk leren ontdekken en exploreren. De textielstudenten gaan op ontdekkingsreis naar de verschillende mogelijkheden en disciplines die de wereld van het textiel biedt. De modestudenten experimenteren met vorm, expressie, techniek en diverse materialen in functie van een innovatieve modische interactie met het lichaam.

In de propedeuse, wordt een brede waaier aan ondersteunende vakken aangeboden. Textielwarenkennis, diverse textiel bewerkingstechnieken en experimentele vormstudie, samen met beeldontwikkeling en tekenen vormen de basis om een concept uit te werken en tot een ontwerpproces te komen. Aan het einde van dit studiejaar worden experimentele ontwerpen gepresenteerd samen met het resultaat van alle clusters. Voor de modeontwerpers zijn dat een rok, een jurk en een experimentele creatie, voor de textielontwerpers een omkeerbare kimono samen met een persoonlijk textielarchief en een experimenteel ontwerp.

Alle studenten in jaar een krijgen zowel patroontekenen en vormtechnische vakken als breien, weven en printen. Deze nuttige bagage nemen propedeuse studenten mee in hun verdere opleiding, wat resulteert in een bijzondere meerwaarde voor beide disciplines.

Tweede jaar: geschiedkundig en sociaal onderzoek

Modeontwerp

In het tweede jaar vormt onderzoek naar een historisch kostuum voor de modeontwerpers het vertrekpunt voor het ontwikkelen van een eigen collectie. De student kiest een historisch kostuum en zal deze historische periode als leidraad, inspiratiebron en onderzoek gebruiken om een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld te ontwerpen.

Dit is een oefening in analyse en research naar sociologische en historische context, naar technieken, materiaal, kleur en textuur. Aan de hand van deze informatie zal de student een replica ontwikkelen die het oorspronkelijk beeld zo getrouw mogelijk zal benaderen. Na deze onderzoeksfase, wat het realiseren van een historisch kostuum ook is, wordt de opdracht verruimd met zelfgekozen inspiratiebronnen om tot een actueel modern ontwerp en interpretatie te komen.

Aan het einde van het studiejaar presenteren de modestudenten de resultaten van alle clusters, een replica van het historisch kostuum en hier op geïnspireerd, een coherente collectie van vier outfits.

Textielontwerp

Ook de textielontwerper zal een historisch object, figuur of materiaal als uitgangspunt kiezen voor zijn onderzoek naar context, materiaal en techniek en een replica maken van het gekozen object. Met de verworven informatie over materiaal, kleur, techniek en sociale context, aangevuld met nieuwe inspiratiebronnen zal de student een modern, adequaat en innoverend statement maken en het werk in de vorm van een installatie presenteren.

Ook in het tweede jaar heeft de student de vrijheid en de mogelijkheid om te experimenteren met verschillende basistechnieken zoals breien, weven, printen en dessin en zal hij verschillende textiel disciplines verkennen waarbinnen hij zou kunnen functioneren zoals interieur of mode. Hij kan zich verdiepen in duurzaam of innoverend textiel of kiezen voor een autonome benadering.

Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een replica van het historisch textiel en presenteren ze een moderne ruimtelijke interpretatie van het ontwerp.

Derde jaar: verdiepen in verscheidenheid bevolkingsgroepen

Modeontwerp

Na zich eerst in de geschiedenis van het historisch kostuum te hebben verdiept wordt in het derde jaar onderzoek gedaan naar de grote verscheidenheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Elke modestudent kiest een folkloristisch of etnisch kostuum in functie van een eigen collectie en zal een grondig onderzoek opstarten.

Met deze verworven inzichten in de etnische, technische en sociale karakteristieken, verder verruimd met nieuwe inspiratiebronnen, gaat de student aan de slag om een actueel moderne hedendaagse collectie te ontwerpen. Op het einde van het derde jaar presenteert elke student samen met de resultaten van alle clusters een replica van een etnisch kostuum en een collectie bestaande uit zes silhouetten.

Textielontwerp

Textielstudenten onderzoeken op hun beurt een etnisch of folkoristisch textiel of object om zich te verdiepen in een cultuur die inspirerend werkt voor de eigen collectie. Research naar historische, culturele antropologische gegevens, technisch onderzoek en studie naar materiaal, kleur, techniek, textuur . Ze proberen zelf technieken uit en zoeken naar alternatieven om een replica van het textiel of object te realiseren.

Vervolgens wordt het onderwerp verruimd met andere inspiratiebronnen die een actuele interpretatie mogelijk maken. De opdracht bestaat erin om met al dit onderzoekmateriaal te werken aan een modern en innoverend textiel project waarin verschillende contrasten, structuren, bewegingen, variëteiten en vormen aan bod kunnen komen.

Elke textielstudent presenteert op het einde van het derde jaar, samen met de resultaten van alle clusters een replica van een etnisch textiel of object en een hedendaags textiel project met een ruimtelijke invulling.

Afstudeerjaar: eigen collectie

Modeontwerp

In de eindfase van de studie in het afstudeerjaar, kiest de student in alle vrijheid een thema. De nadruk in deze laatste studiefase ligt voornamelijk op het individuele en autonome creatieproces en de persoonlijkheid van de ontwerper in opleiding.

Het onderwerp en de inspiratiebron dienen als leidraad om via een persoonlijke blauwdruk en eigen ontwikkelde signatuur tot een hedendaags beeld te komen. In dit stadium komen ook alle interdisciplinaire verworvenheden aan bod en zullen de ‘graduates’ als professionele ontwerpers samenwerkingsverbanden aangaan met fotografen, grafici, modellenbureaus, bedrijven en communicatie verantwoordelijken.

In een scriptie reflecteren ze op het eigen werk, de relevantie van zijn rol als ontwerper en de weg die hij heeft afgelegd tijdens zijn academiejaren. De modeontwerpers hebben alle clusters mooi afgewerkt en presenteren een scriptie en een collectie van tien silhouetten.

Textielontwerp

Ook de textielontwerpers kiezen in alle vrijheid een eigen thema en de textieldiscipline waarin ze willen afstuderen. Dit afstudeerproject moet van hoog niveau zijn en de creatieve persoonlijkheid van de laatstejaarsstudent uitdrukken. Het eindwerk moet een ruimtelijke invulling krijgen, in de vorm van een installatie. Het textielontwerp, het volledig research proces en het persoonlijk experiment met verschillende textieltechnieken worden geëvalueerd.

Net als de modeontwerpers zullen ze interdisciplinair werken om het eigen werk te realiseren en het beeldend te presenteren. De textielontwerpers hebben in deze finale fase alle clusters afgewerkt, presenteren een scriptie en een textiel project met een ruimtelijke invulling.

Doorpas en conceptbesprekingen

Het eindresultaat, de mode collectie of de textiel installatie wordt vanaf het eerste jaar aan een team van docenten gepresenteerd analoog aan het bedrijfsleven.

Voor de modeontwerper zijn dat fittings of de ‘doorpas’, voor de textielontwerper is dat een presentatie in de vorm van een installatie. De modeontwerper zal geëvalueerd worden aan de hand van de vaardigheden hij heeft ontwikkeld en die noodzakelijk zijn voor het metier namelijk inzicht in vormstudie, ‘coupe’, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van tweedimensionaal beeld naar driedimensionale vormen vertrekkend vanuit de modetekening, naaitechnieken, afwerking.

Voor de textielontwerper is de textielwarenkennis van uitzonderlijk belang. Het is noodzakelijk dat hij alle mogelijke technieken en afwerkingen leert beheersen en toepassen in functie van zijn creatie of ontwerp. Gekoppeld uiteraard aan een eigen creatief beeld en visie.

Ondersteunende vakken

Beeldontwikkeling
Het ontwikkelen van een eigen beeldtaal vormt de inhoud van dit studie onderdeel. In dit vak leert de student zelf beelden te maken en concretiseren via collage, fotografie of tekeningen. Dit handschrift of ‘signatuur’ wordt verkregen door veel onderzoek, beeldanalyse en tekenen. Zo zal de student experiment, creativiteit, innovatie, reflectie, kennis, intuïtie, emoties, passies leren omzetten in een eigen beeldtaal. Het helpt tevens bij het onderzoek naar een eigen artistieke visie. Het zal de ontwerper de tools in handen geven om via deze beelden met de buitenwereld, dus ook de professionele te communiceren.

Deze beeldtaal wordt in een later stadium gebruikt om een eigen huisstijl, een collectieboek, een website, een portfolio te creëren in functie van stages, pers, magazine, wedstrijden, sollicitaties en eigen projecten.

Fotografie
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats ‘waarnemen’, later ook visualiseren. De beeldcultuur is een belangrijke bron van inspiratie en biedt studenten een kader waarin ze zich kunnen oriënteren om tot een eigen hedendaags beeld te komen.

Vlakke vorm en kleurstudie
Tekenen is een belangrijke onderdeel binnen deze academische opleiding en vele aspecten van deze discipline staan hier op het programma, zowel voor de textiel- als de modeontwerper. De ultieme ‘goal’ voor elk vakgebied, is een eigen persoonlijke stijl ontwikkelen.

Bij modeltekenen staat tekenen naar levend model en stillevens op het programma, waarbij anatomie, proporties en verhoudingen verkend worden en tekentechnieken aangeleerd.

Bij vlakke vorm en kleurstudie gaat het vooral om de exploratie van ruimte, kleur en lijn.

Modestudenten kunnen via modetekenen naar een eigen artistieke expressie zoeken en tevens leren om via tekenen tot een ontwerp te komen. Textielstudenten zullen naar een eigen expressievorm zoeken via waarnemend tekenen om tot de visualisatie van het ontwerpproces te komen.


 

Theoretisch domein

Kunstgeschiedenis
Een goede theoretische culturele bagage is noodzakelijk voor alle academiestudenten. Het betreft hier niet alleen kennis, maar ook inzicht in de geschiedenis, denkmodellen, theorieën, processen, etc., die zowel betrekking hebben op de eigen discipline, als op andere disciplines, voor zover deze bijdragen aan de vorming van de student als persoon en ontwerper. Voor een zinvolle inhoud van het beroep textiel- en modeontwerper in het brede kader van de ontwikkeling van de kunst in het algemeen is een algemeen geschetst beeld van de kunstgeschiedenis èn de beschouwing daarvan noodzakelijk.

Modebeschouwing
De relatie mode en maatschappij, mode en context, mode en cultuur komt hier aan de orde. Er wordt kennis gemaakt met de maatschappelijke en inhoudelijk functie en relevantie van mode. Het is een oriëntatie op omgeving, samenleving, gedrag en normen in relatie tot kledinggedrag. Tevens wordt een kritische houding ontwikkeld ten opzichte van kledinggedrag en mode in het algemeen.De student krijgt een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de Westerse kostuum- kledinggeschiedenis.en doet onderzoek naar de relatie levensstijl, ambachten en technieken.

Scriptie
In het afstudeerjaar heeft de student kennis genomen van de belangrijkste ontwikkelingen in kunst en vormgeving. Hij is in staat hierover te reflecteren en zelfstandig onderzoek te doen en kan hiervan schriftelijk en mondeling verslag doen. Dit college bestaat uit individuele begeleiding in het afronden van de studie met een scriptie die relevant is voor het eigen werk, er een inhoudelijke diepgang aangeeft en inzicht verschaft in de visie en opvattingen van de student over kunst en vormgeving, ook in een historische context. Er wordt van de student ook een schriftelijke toelichting verlangd op het eigen eindexamenwerk met een kernomschrijving van thema en standpunten.


 

Professioneel maatschappelijk domein

Beroepsontwikkeling

De eindbeoordeling in de eindfase is tevens de afronding van de voorbereiding op het beroepsveld. Het presenteren van de textiel- en modecollecties gebeurt op diverse locaties in de stad. (een simulatie van beroepsgerelateerde parcours in Parijs, Milaan, New York tijdens de modeweken). De student zal het totaalbeeld vervolledigen met een eigen omgeving en het totaalgebeuren van de presentatie zelf regisseren. Door middel van een vooraf in kaart gebracht textiel- en modeparcours kunnen de eindexamencommissieleden de eindexamenkandidaten en hun collecties beoordelen. Dit parcours biedt de eindexamenstudent ook de mogelijkheid om zijn werk zowel aan pers als aan een groot publiek te tonen.

Het tweede luik van de presentatiebeoordeling is de algemene textielexpositie en modeshow georganiseerd door de KABK.

  • Synthese van ontwerpprocedure met signatuur (Totaalcollectie van acht stofontwerpen/outfits)
  • Stage
  • Ontwikkeling van eigen huisstijl
  • Afrondingding en concretiseren van eigen portfolio
  • Ontwikkeling van algemene huisstijl (parcours)
  • Voorbereiding tot samenwerking met externe instanties (grafisch ontwerpbureau)
  • Voorbereiding tot samenwerking met externe instanties (modellenbureau, etc.)
  • Voorbereiding tot eigen persoonlijke presentie en ontvangst (showroom)
  • ‘textiel en modeparcours’
  • Voorbereiding m.b.t. algemene show/expositie

Opdrachten

Propedeuse

Onbegrensde creativiteit in combinatie met degelijk technisch onderzoek en vormstudie vormen de basis voor de opdrachten in de propedeuse.

In het eerste semester:

  • Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van een rok in katoen, een studie naar vorm, materiaal en expressie.  
  • Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van een textiel werk met persoonlijk handschrift. 

In het tweede semester:
Modeontwerp:

  • Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van een jurk in een vrij gekozen, experimenteel materiaal.
  • Experiment waarin minimum drie verschillende materialen in één silhouet verwerkt worden.

Textielontwerp:

  • Een omkeerbare kimono waarin verschillende technieken (breien, weven en printtechnieken) verwerkt worden.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen en Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel en Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling
  • Tekenen: Modeltekenen, Vlakke vorm en kleurstudie en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis en Modebeschouwing

Competenties propedeuse

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student kan iets maken vanuit de kennis en vaardigheden die hij de lessen heeft opgedaan. 
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan eigen werk op effectiviteit en kwaliteit beoordelen. Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten verwerven op theoretisch en praktisch niveau; de student is gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend. 
  • Organiserend vermogen: de student kan een eigen werkproces tot ontwikkeling brengen en is in staat zijn eigen werk te documenteren en te archiveren.
  • Communicatief vermogen: de student kan de keuze voor het gebruik en de inzet van bronnen, materialen en/of ontwerpoplossingen beargumenteren. 
  • Omgevingsgerichtheid: de student heeft een brede interesse in maatschappelijk en culturele ontwikkelingen en herkent verschillende visies van ontwerpen. 
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan zijn eigen doelen realiseren in afstemming met anderen.

Opdracht - Hoofdfase/jaar 2

  • Onderzoek van een historisch kostuum, figuur of object en de realisatie van een replica aan de hand van alle verworven informatie. Dit onderzoek geldt als oefening in vorm, techniek, context en stijlstudie. De uitvoering van deze replica wordt zo getrouw mogelijk uitgevoerd in wit katoen.
  • Het ontwerpen, tekenen en realiseren, samen met onderzoek en presenteren van een collectie van vier mode outfits of een textiel installatie. Vertrekpunt, is de historische invalshoek gekoppeld aan een zelf gekozen inspiratiebron. Voor de richting textiel wordt tevens gefocused op onderzoek naar kleur.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen en Vlakke vorm en kleurstudie of Modeltekenen en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis, Modebeschouwing
  • Overige: Individueel studietraject

Competenties jaar 2

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student kan methodisch en vanuit een eigen idee werken aan een ontwerpprobleem. 
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan werk van zichzelf en anderen ter discussie stellen en op effectiviteit en kwaliteit beoordelen. 
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student weet nieuw verworven kennis, vaardigheden en inzichten, en kritiek van anderen in te zetten voor de ontwikkeling van zijn eigen werk.
  • Organiserend vermogen: de student kan zijn werkproces managen, met zicht op tijd en prioriteit.
  • Communicatief vermogen: de student kan een opdracht interpreteren en in woord en beeld debriefen. 
  • Omgevingsgerichtheid: de student laat zich inspireren door maatschappelijke en culturele ontwikkelen en kan die in zijn eigen werk benoemen, hij kan de doelgroep voor zijn werk benoemen 
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan samenwerkingsverbanden aangaan en zijn talenten daarin benutten.

Opdracht- Hoofdfase/jaar 3

  • Onderzoek naar en het maken van een replica van een etnisch kostuum en/of object met voorstudies. De uitvoering van de replica en de weergave van de materialen is volledig waarheidsgetrouw, zowel qua kleur als qua materiaalsuggestie. Het kostuum wordt in de juiste sfeer, omgeving en met de juiste casting gepresenteerd.
  • Het ontwerpen, volledig uitvoeren met voorstudies en presenteren van een collectie van acht modeoutfits of een textiel project met als vertrek- en inspiratiepunt het zelf gekozen folklore thema, aangevuld en verrijkt met andere inspiratiebronnen. Een moderne en authentieke interpretatie is hier de opdracht. Focus voor de textielrichting ligt in dit academiejaar op textuur.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen en Vlakke vorm en kleurstudie of Modeltekenen en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis, Modebeschouwing
  • Overige: Individueel studietraject

Competenties jaar 3

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken. •

  • Creërend vermogen: de student kan een ontwerpprobleem formuleren en onderzoek inzetten om een ontwerpoplossing te ontwikkelen.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan zijn eigen werk relateren aan ontwikkelingen in het vak in een culturele en maatschappelijke context en hierin stelling nemen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student ontwikkelt een persoonlijke visie op ontwerpen vanuit een open houding. 
  • Organiserend vermogen: de student kan een balans vinden tussen ontwerpen, facilitaire en productiegerichte activiteiten. 
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn werk(wijze) overtuigend presenteren en toelichten. 
  • Omgevingsgerichtheid: de student kan verbanden leggen tussen zijn eigen werk en dat van anderen en tussen zijn eigen werk en het publiek. De student kan met zijn werk adequaat op doelgroepen inspelen. 
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan zich doelgericht in verschillende rollen en met verschillende verantwoordelijkheden en belangen in het ontwerpproces inzetten.

Opdracht Eindfase / jaar 4

Een collectie die vanuit een vrij gekozen, goed onderbouwd thema wordt gecreëerd. Voor de modeontwerper is dat een collectie van tien silhouetten, voor de textielontwerper een textiel project met een ruimtelijke invulling.

  • Het ontwerpen, volledig realiseren en presenteren van een totaalbeeld in een bijpassende omgeving met juiste casting van een collectie van tien mode outfits met het nodige onderzoek en tekeningen, of een textiel project dat ruimtelijke invulling krijgt in combinatie met een interessant experiment en textielontwerp. 
  • In dit laatste jaar zal de ‘graduate’ ook een magazine maken, een tentoonstelling realiseren met installaties van het eigen werk en modeontwerpers een modeshow organiseren net als in de professionele modewereld.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie, portfolio, magazine
  • Tekenen: Modeltekenen
  • Theorie: Scriptie
  • Overige: Individueel studietraject, Stage

Competenties eindfase

De competenties die de student zich in de eindfase eigen dient te maken, zijn gelijk aan de eindkwalificaties van de opleiding.

  • Creërend vermogen: de student kan een innovatief concept ontwikkelen en dit uitwerken tot een eigenzinnig en betekenisvol beeld, product, communicatiemiddel of ruimtelijk ontwerp en dat op een vernieuwende manier in een context inzetten. 
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan het eigen werk en dat van anderen beschouwen, analyseren, duiden en beoordelen en is in staat de uitkomsten hiervan te doordenken ten bate van het eigen werk. 
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan zijn visie en vermogens en zijn werk en werkwijze verder ontwikkelen en verdiepen, op een manier die past bij zijn persoon en gerelateerd is aan zijn discipline. 
  • Organiserend vermogen: de student kan een inspirerende en functionele werksituatie voor zichzelf opzetten en in stand houden. 
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn werk onderbouwd en inspirerend presenteren en toelichten en er over onderhandelen met zijn opdrachtgevers en andere betrokkenen. 
  • Omgevingsgerichtheid: de student heeft een visie op de rol en de positie van zijn discipline in de samenleving en kan zijn werk en opvattingen relateren aan die van anderen en aan ontwikkelingen in de culturele en maatschappelijke context. 
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan samenwerkingsverbanden regisseren en er inhoud en kwaliteit aan geven.



   
      Copyright © 2010-2015 KABK Den Haag
All Rights Reserved