NL / EN
       
   
Onderwijs- en professionele doelstellingen

De basisstructuurlijnen en opdrachtstelling van het studieprogramma zijn welomlijnd per studiejaar. Zij focussen doelgericht op een na te streven einddoel (de collecties), wat voor de ontwerpers in opleiding als leidraad moet dienen voor een individuele, persoonlijke eindeprestatie. Deze basisstructuurlijnen kunnen in vier fases opgedeeld worden en worden door de docenten vanuit hun eigen specifieke vakkennis gestimuleerd en gestuurd.

Artistiek professioneel domein

Propedeuse: oriënteren in het beroepsveld

De propedeuse richt zich voornamelijk op het oriënteren in het beroepsveld van zowel de textiel- als de modeontwerper. De beheersing en kennis met betrekking tot materie, techniek en beeldvorming blijft zich over de hele studeerperiode ontwikkelen en is bovendien een belangrijk vertrekpunt in de opleiding. Deze eerste doorlopende fase biedt een brede waaier aan ondersteunende vakken warenkennis, techniek, techniekbeheersing en vakkennis die samen met beeldontwikkeling de basis vormen om een concept te ontwikkelen en het ontwerpproces te vormen. Alle elementen die nodig zijn om het studieproces op te starten zijn opgenomen in de propedeuse en dienen als uitvalsbasis voor de verdere verwijzing en invulling van het studeerproces.

Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een mini collectie van drie outfits, te weten een rok, een jurk en een trenchcoat, en drie textiele werken gekoppeld aan textielboeken.

Tweede jaar: geschiedkundig en sociaal onderzoek

In het tweede jaar gebeurt de verdere ontwikkeling van het studeerproces door middel van geschiedkundig en sociaal onderzoek. Dit wordt toegepast in de vorm van een eigen collectie.

De student kiest een historisch kostuum en zal deze historische periode als leidraad, inspiratiebron en analyse gebruiken om een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld te ontwerpen en te realiseren in de vorm van een collectie. Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een replica van het historisch kostuum en hier op geïnspireerd, een coherente collectie van vier outfits of vier textiele werken.

Derde jaar: verdiepen in verscheidenheid bevolkingsgroepen

Na eerst historische kennis te hebben verworven zal de student nu in het derde jaar een ruimere visie ontwikkelen en zich verder verdiepen in de grote verscheidenheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Deze inzichten in de etnische en culturele eigenheid dienen als leidraad, inspiratiebron en analyse om een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld in de vorm van een collectie te ontwikkelen.

Aan het derde academiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een replica van het etnisch kostuum of object en een hierop geïnspireerde coherente collectie van zes outfits of zes textiele werken.

Afstudeerjaar: eigen collectie

In de eindfase van de studie in het afstudeerjaar, wordt een synthese gemaakt van de persoonlijke ontwikkeling in de vorm van een eigen collectie met daarop aansluitend een scriptie. De nadruk in deze laatste studiefase ligt voornamelijk op het individuele en autonome creatieproces en de persoonlijkheid van de ontwerper in opleiding. Het onderwerp en de inspiratiebron zullen als leidraad dienen om via de persoonlijke blauwdruk en eigen signatuur tot een hedendaags beeld te komen. Bij het afstudeerjaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een coherente collectie van tien outfits of acht textiele werken.

Doorpas en conceptbesprekingen

Dit is het presenteren van een ‘collectie’ aan een team van docenten. (analoog aan het bedrijfsleven of als zelfstandig ontwerper al dan niet werkend in teamverband)

Technisch ontwerpen textiel: Het uitvoeren en realiseren van ontwerpen, het toepassen van technieken, het voorbereiden van het beoogde eindresultaat en de uitvoering ervan worden hier geëxploreerd en verder ontwikkeld. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen stijl, werkwijze en karakter, kortom alle facetten van het textielvak komen hier aan bod.

Voor de textielontwerper is de textielwarenkennis van uitzonderlijk belang. Bij zijn vorming is het noodzakelijk dat hij alle mogelijke technieken en afwerkingen leert beheersen ten behoeve van de uitvoering van zijn creatie of ontwerp.

Technisch ontwerpen mode: Inzicht in vormstudie, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van tweedimensionaal beeld naar driedimensionale vormen, kennisname van alle mogelijke technieken en afwerkingen ten behoeve van de uitvoering van het ontwerp of kledingstuk, het verwerven van handvaardigheden eigen aan het vak zoals naaitechnieken, maatnemen en doorpassen vormen inhoudelijk de ingrediënten van dit studieonderdeel.

Bij de vorming tot modeontwerper worden heel wat technische vaardigheden en technieken aangeleerd die noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het beroep en het uitwerken van een creatief idee.

Ondersteunende vakken

Beeldontwikkeling
Het ontwikkelen en verpersoonlijken van een authentieke blauwdruk en een eigen beeldtaal is de algemene doestelling van dit studieonderdeel. In dit vak leert de student zelfstandig beelden ontwikkelen en concretiseren. Persoonlijke oriëntatie in relatie tot fotografie en beeldvorming is hier van toepassing. De student leert onderzoek, experiment, inventiviteit en creativiteit, beschouwing, kennis, intuïties, indrukken en emoties, te transformeren tot een beeld.

Deze beeldanalyse zal de student helpen bij het ontwikkelen van een eigen collectie en visie. Tevens leert hij gebruik te maken van kennis en inzicht om gebruikte beelden, vormen, materialen, verhoudingen en kleuren als diverse betekenissen over te dragen. Er wordt diepgaand onderzoek gedaan naar de verschillende lagen van verschijningsvormen.

Vanaf het derde jaar wordt er gewerkt aan een eigen huisstijl, een collectieboek en wordt een portfolio voorbereid gericht op verschillende doeleinden zoals stage, pers, wedstrijden, sollicitaties.

Fotografie
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats kijken, later ook visualiseren. Een volgende stap is interpretatie. Dit betekent dat de student geoefend wordt in het uitwerken van een idee tot een beeld, via kijken en waarnemen.

Modeltekenen
Tekenen naar levend model en stilleven. Waarnemen, ontdekken en vastleggen van verhoudingen in combinatie met techniek en het ontwikkelen van een persoonlijke tekenstijl. Het is de bedoeling dat de waarneming sterk ontwikkeld wordt waarbij de nadruk gelegd wordt op het ontdekken van verhoudingen en het vastleggen ervan.

Vlakke vorm en kleurstudie
Het samenspel van lijn, kleur en oppervlak wordt hier geëxploreerd. Via begeleiding wordt de ontplooiing en beleving van de eigen talenten ontwikkeld via experiment, en met behulp van materie, structuur en kleur. Er wordt gewerkt aan een persoonlijk handschrift. Aan het leren vastleggen van indrukken en gevoelens. En het zoeken naar een eigen expressie in vlakke vorm en kleur.

Theoretisch domein

Kunstgeschiedenis
Een goede theoretische culturele bagage is noodzakelijk voor alle academiestudenten. Het betreft hier niet alleen kennis, maar ook inzicht in de geschiedenis, denkmodellen, theorieën, processen, etc., die zowel betrekking hebben op de eigen discipline, als op andere disciplines, voor zover deze bijdragen aan de vorming van de student als persoon en ontwerper. Voor een zinvolle inhoud van het beroep textiel- en modeontwerper in het brede kader van de ontwikkeling van de kunst in het algemeen is een algemeen geschetst beeld van de kunstgeschiedenis èn de beschouwing daarvan noodzakelijk.

Modebeschouwing
De relatie mode en maatschappij, mode en context, mode en cultuur komt hier aan de orde. Er wordt kennis gemaakt met de maatschappelijke en inhoudelijk functie en relevantie van mode. Het is een oriëntatie op omgeving, samenleving, gedrag en normen in relatie tot kledinggedrag. Tevens wordt een kritische houding ontwikkeld ten opzichte van kledinggedrag en mode in het algemeen.De student krijgt een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de Westerse kostuum- kledinggeschiedenis.en doet onderzoek naar de relatie levensstijl, ambachten en technieken.

Scriptie
In het afstudeerjaar heeft de student kennis genomen van de belangrijkste ontwikkelingen in kunst en vormgeving. Hij is in staat hierover te reflecteren en zelfstandig onderzoek te doen en kan hiervan schriftelijk en mondeling verslag doen. Dit college bestaat uit individuele begeleiding in het afronden van de studie met een scriptie die relevant is voor het eigen werk, er een inhoudelijke diepgang aangeeft en inzicht verschaft in de visie en opvattingen van de student over kunst en vormgeving, ook in een historische context. Er wordt van de student ook een schriftelijke toelichting verlangd op het eigen eindexamenwerk met een kernomschrijving van thema en standpunten.

Professioneel maatschappelijk domein

Beroepsontwikkeling

De eindbeoordeling in de eindfase is tevens de afronding van de voorbereiding op het beroepsveld. Het presenteren van de textiel- en modecollecties gebeurt op diverse locaties in de stad. (een simulatie van beroepsgerelateerde parcours in Parijs, Milaan, New York tijdens de modeweken). De student zal het totaalbeeld vervolledigen met een eigen omgeving en het totaalgebeuren van de presentatie zelf regisseren. Door middel van een vooraf in kaart gebracht textiel- en modeparcours kunnen de eindexamencommissieleden de eindexamenkandidaten en hun collecties beoordelen. Dit parcours biedt de eindexamenstudent ook de mogelijkheid om zijn werk zowel aan pers als aan een groot publiek te tonen.

Het tweede luik van de presentatiebeoordeling is de algemene textielexpositie en modeshow georganiseerd door de KABK.

  • Synthese van ontwerpprocedure met signatuur (Totaalcollectie van acht stofontwerpen/outfits)
  • Stage
  • Ontwikkeling van eigen huisstijl
  • Afrondingding en concretiseren van eigen portfolio
  • Ontwikkeling van algemene huisstijl (parcours)
  • Voorbereiding tot samenwerking met externe instanties (grafisch ontwerpbureau)
  • Voorbereiding tot samenwerking met externe instanties (modellenbureau, etc.)
  • Voorbereiding tot eigen persoonlijke presentie en ontvangst (showroom)
  • ‘textiel en modeparcours’
  • Voorbereiding m.b.t. algemene show/expositie

Propedeuse

Opdracht

  1. Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van een rok, jurk en trenchcoat enerzijds, textielboeken met een thema anderzijds. Uitvoering in ongebleekt katoen.
  2. Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van textielboeken met persoonlijk handschrift. Het ontwerpen en uitvoeren met voorstudies van een jurk, rok en trenchcoat vanuit een opgelegd thema. Gepresenteerd in een bijpassende context en/of achtergrond.

Vakken

Alle vakken op het rooster dienen één geheel, een collectie met een eigen visie. Alle vakken krijgen afzonderlijk ook specifieke opdrachten en taken.

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen en Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel en Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen, Vlakke vorm en kleurstudie en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis en Modebeschouwing

Competenties propedeuse

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student kan iets maken vanuit de kennis en vaardigheden die hij de lessen heeft opgedaan.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan eigen werk op effectiviteit en kwaliteit beoordelen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten verwerven op theoretisch en praktisch niveau; de student is gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend.
  • Organiserend vermogen: de student kan een eigen werkproces tot ontwikkeling brengen en is in staat zijn eigen werk te documenteren en te archiveren.
  • Communicatief vermogen: de student kan de keuze voor het gebruik en de inzet van bronnen, materialen en/of ontwerpoplossingen beargumenteren.
  • Omgevingsgerichtheid: de student heeft een brede interesse in maatschappelijk en culturele ontwikkelingen en herkent verschillende visies van ontwerpen.
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan zijn eigen doelen realiseren in afstemming met anderen.

Hoofdfase/jaar 2

Opdracht

  1. Onderzoek en realisatie van een replica van een historisch kostuum met voorstudies als oefening in vorm en stijlstudie. De uivoering van deze replica wordt in het wit uitgevoerd en de weergave van de materialen dienen waarheidsgetrouw te zijn. Dit kostuum moet in de juiste omgeving en met de juiste casting gepresenteerd worden.
  2. Het ontwerpen, uitvoeren met voorstudies en presenteren van een collectie van vier mode-outfits of vier textiele werken. Vertrekpunt, vertaling en inspiratiebron is het zelf gekozen historische thema.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen en Vlakke vorm en kleurstudie of Modeltekenen en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis, Modebeschouwing
  • Overige: Individueel studietraject

Competenties jaar 2

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student kan methodisch en vanuit een eigen idee werken aan een ontwerpprobleem.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan werk van zichzelf en anderen ter discussie stellen en op effectiviteit en kwaliteit beoordelen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student weet nieuw verworven kennis, vaardigheden en inzichten, en kritiek van anderen in te zetten voor de ontwikkeling van zijn eigen werk.
  • Organiserend vermogen: de student kan zijn werkproces managen, met zicht op tijd en prioriteit.
  • Communicatief vermogen: de student kan een opdracht interpreteren en in woord en beeld debriefen.
  • Omgevingsgerichtheid: de student laat zich inspireren door maatschappelijke en culturele ontwikkelen en kan die in zijn eigen werk benoemen, hij kan de doelgroep voor zijn werk benoemen
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan samenwerkingsverbanden aangaan en zijn talenten daarin benutten.

Hoofdfase/jaar 3

Opdracht

  1. Onderzoek naar en het maken van een replica van een etnisch kostuum en/of object met voorstudies. De uitvoering van de replica en de weergave van de materialen is volledig waarheidsgetrouw, zowel qua kleur als qua materiaalsuggestie. Het kostuum wordt in de juiste sfeer, omgeving en met de juiste casting gepresenteerd.
  2. Het ontwerpen, volledig uitvoeren met voorstudies en presenteren van een collectie van vijf mode-outfits of vijf textiele werken met als vertrek- en inspiratiepunt het zelf gekozen folklore thema.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen en Vlakke vorm en kleurstudie of Modeltekenen en Modetekenen
  • Theorie: Kunstgeschiedenis, Modebeschouwing
  • Overige: Individueel studietraject

Competenties jaar 3

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student kan een ontwerpprobleem formuleren en onderzoek inzetten om een ontwerpoplossing te ontwikkelen.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan zijn eigen werk relateren aan ontwikkelingen in het vak in een culturele en maatschappelijke context en hierin stelling nemen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student ontwikkelt een persoonlijke visie op ontwerpen vanuit een open houding.
  • Organiserend vermogen: de student kan een balans vinden tussen ontwerpen, facilitaire en productiegerichte activiteiten.
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn werk(wijze) overtuigend presenteren en toelichten.  
  • Omgevingsgerichtheid: de student kan verbanden leggen tussen zijn eigen werk en dat van anderen en tussen zijn eigen werk en het publiek. De student kan met zijn werk adequaat op doelgroepen inspelen.
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan zich doelgericht in verschillende rollen en met verschillende verantwoordelijkheden en belangen in het ontwerpproces inzetten.

Eindfase /jaar 4 

Opdracht

Totaalcollectie met voorstudies:Het ontwerpen, volledig uitvoeren met voorstudies en presenteren van een totaalbeeld in bijpassende omgeving met juiste casting van een collectie van acht mode-outfits of acht textiele werken, vanuit een vrij gekozen, goed onderbouwd thema.

Vakken

  • Ontwerpen I: Textielontwerpen of Modeontwerpen
  • Ontwerpen II: Technisch ontwerpen textiel of Technisch ontwerpen mode
  • Visualiseren: Beeldontwikkeling, Fotografie
  • Tekenen: Modeltekenen
  • Theorie: Scriptie
  • Overige: Individueel studietraject, Stage

Competenties eindfase

De competenties die de student zich in de eindfase eigen dient te maken, zijn gelijk aan de eindkwalificaties van de opleiding.

  • Creërend vermogen: de student kan een innovatief concept ontwikkelen en dit uitwerken tot een eigenzinnig en betekenisvol beeld, product, communicatiemiddel of ruimtelijk ontwerp en dat op een vernieuwende manier in een context inzetten.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan het eigen werk en dat van anderen beschouwen, analyseren, duiden en beoordelen en is in staat de uitkomsten hiervan te doordenken ten bate van het eigen werk.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan zijn visie en vermogens en zijn werk en werkwijze verder ontwikkelen en verdiepen, op een manier die past bij zijn persoon en gerelateerd is aan zijn discipline.
  • Organiserend vermogen: de student kan een inspirerende en functionele werksituatie voor zichzelf opzetten en in stand houden.
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn werk onderbouwd en inspirerend presenteren en toelichten en er over onderhandelen met zijn opdrachtgevers en andere betrokkenen.
  • Omgevingsgerichtheid: de student heeft een visie op de rol en de positie van zijn discipline in de samenleving en kan zijn werk en opvattingen relateren aan die van anderen en aan ontwikkelingen in de culturele en maatschappelijke context.
  • Vermogen tot samenwerken: de student kan samenwerkingsverbanden regisseren en er inhoud en kwaliteit aan geven.