NL / EN
       
   
Onderwijs- en professionele doelstellingen

Domeinen

Het onderwijs wordt beschreven aan de hand van drie, deels overlappende, competentiedomeinen:

  • artistiek professioneel domein;
  • theoretisch domein;
  • professioneel maatschappelijk domein.

Artistiek professioneel domein

Binnen het artistiek professioneel domein ontwikkel je vooral je creërend vermogen en je vermogen tot kritische reflectie. Deze vermogens of competenties worden als de meest typerende en belangrijkste beschouwd voor de afstuderende student in het beeldende kunstonderwijs. Alle kunst- en ontwerpvakken ontwikkelen je vermogens op dit terrein.

Theoretisch domein

Het maken van kunst en het ontwerpen is intellectuele en onderzoekende arbeid. Kunst en ontwerp worden op basis van artistieke doelstellingen gewogen naar relevantie voor (inter-) nationaal gehanteerde maatstaven van de beroepspraktijk. Dat maakt dat kennis van de theorie van het beroep een noodzakelijk bestanddeel van de competenties van de kunstenaar of ontwerper is.

Professioneel maatschappelijk domein

In dit domein komen bijna alle competenties of vermogens aan de orde: vermogen tot kritische reflectie, vermogen tot groei en vernieuwing en het organiserend en communicatief vermogen, alsmede de omgevingsgerichtheid en het vermogen tot samenwerken.

Propedeuse

Competenties propedeuse

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student is in staat zelfstandig de aangeleerde vaardigheden en kennis in te zetten bij productie van het eigen werk, en hij kan de verstrekte opdrachten uitvoeren in verbinding met zijn artistieke ambitie.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan eigen werk ter discussie stellen en op effectiviteit en kwaliteit beoordelen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten verwerven en toepassen op theoretisch en praktisch niveau.
  • Organiserend vermogen: de student is in staat in- en externe factoren te organiseren, ten behoeve van een effectief en inspirerend werk- en onderzoeksproces.
  • Communicatief vermogen: de student is in staat zijn eigen werk en ontwikkeling verbaal toe te lichten en zijn positie ten opzichte van de actuele kunstsituatie mondeling en schriftelijk te duiden.
  • Omgevingsgerichtheid: de student weet blijk te geven van een sterke belangstelling voor historische en actuele kunstuitingen en hun maatschappelijke betekenis en inbedding, en kan actief deelnemen aan kritische beschouwingen van zijn en andermans werk.
  • Vermogen tot samenwerken: de student is in staat een positieve bijdrage te leveren aan groepsprojecten, excursies en het pedagogisch klimaat in de klas en de academie.

De competenties op propedeuseniveau worden in relatie met de oriënterende, selecterende en verwijzende functie van deze studiefase door de vakken van de propedeuse geactiveerd (zie Overzicht studieprogramma).

Het creërend vermogen wordt in alle praktische vakken aangewakkerd, door opdrachten in het 2- dimensionale, het 3- dimensionale en het lensgebonden spectrum van de beeldende kunsten. Hetzelfde geldt voor de competenties vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot innovatie en groei, omdat de resultaten van de opdrachten, door docenten en studenten, op hun formele en inhoudelijke kwaliteiten worden geanalyseerd. Het resultaat van deze analyse is aanleiding tot nieuwe opdrachten. 

Het organiserend vermogen wordt geactiveerd door het leren organiseren van de formele problemen die zich voordoen bij de aansluiting van inhoud op vorm, en zijn onlosmakelijk verbonden met het hierboven beschreven proces van maken en gemaakt worden: eerst maak je iets, en vervolgens komen daar na kritische reflectie de opdrachten tot nieuw werk uit voort, maar ook de aanleiding tot het herzien van het productieproces en het aanpassen van formele aspecten daar van. 

De theoretische kant van het organiseren, komt aan de orde in het vak Werkveldoriëntatie waarin de student door een intensief programma wordt geconfronteerd met de beroepspraktijk en met de organisatorische aspecten daarvan. In het tweede semester is er een workshop portfolio, zodat de student vanaf dat moment zijn ontwikkeling in die vorm kan documenteren. Verder is er sprake van deelname aan het Vuurdoopprogramma, en houdt de student een dossier bij waarin ontwikkelingen worden vastgelegd en becommentarieerd. 

Het Vuurdoopprogramma is een tentoonstellingscyclus op diverse locaties in de academie, waarin studenten in een week tijd alle aspecten van het maken van een solo- of groepstentoonstelling doorlopen: inrichten, uitnodiging ontwerpen, openen, openbare discussie, documenteren, uitruimen. Het communicatief vermogen wordt ontwikkeld bij alle situaties waarin studenten hun of andermans werk, presenteren en toelichten, in het Vuurdoopprogramma, in de verslagen die ze schrijven voor het vak kunstoriëntatie en door de referaten die ze houden voor het vak algemene kunstgeschiedenis. Omgevingsgerichtheid wordt eveneens aangebracht door het vak Werkveldoriëntatie, de jaarlijkse Berlijnexcursie, andere excursies, zoals de Biënnale van Venetië en de Documenta. 

Het vak algemene kunstgeschiedenis opent de ruimte van principes en factoren die kunst en cultuur gevormd hebben van de vroege tijd tot aan de Romantiek. Het samenwerkend vermogen in de propedeuse wordt ontwikkeld doordat de studenten gezamenlijk hun presentaties tijdens beoordelingen en voortgangsbesprekingen organiseren, gezamenlijk acties ondernemen op de Open Dag, en gezamenlijk voorstellen doen voor de academiebrede propedeuse projectweek. Overigens is het pedagogisch klimaat doordrenkt van het idee dat van elkaars inzichten, ideeën en problemen veel geleerd kan worden.

Artistiek professioneel domein

Algemeen beeldende ontwikkeling in de propedeuse betreft het leren van vaardigheden die samenhangen met aspecten van het werken in de 2-dimensionaliteit, door het vak Tekenen1, 2 en 3. Tekenen 1 is tekenen naar de waarneming, waarbij de hand – oog coördinatie wordt geoefend op de problematiek van vorm, maat, plasticiteit, tonaliteit, kleur, lijn, compositie, stofuitdrukking etc. Tekenen 2 is tekenen naar de waarneming waarbij de verbeelding wordt ingezet. Tekenen 3 is het tekenen als instrument voor onderzoek, ideeontwikkeling en processing. In de vakken schilderen en grafiek komen achtereenvolgens de aquarel- de olieverf- en de grafische technieken aan de orde. Het vak ruimte behelst alle aspecten van het werken met en in ruimte, in materiële in immateriële zin. Het vak optiek beweegt zich over de grenzen van het algemeen vormende heen, in de richting van idee/beeldontwikkeling, omdat de lens als verlengstuk van het oog, wordt gehanteerd als een zoekinstrument dat persoonlijke onderwerpen en thema’s kan verzamelen Het vakmatig terrein van de filmische expressie wordt aangeleerd vanaf de camera obscura, via de analoge en de digitale camera, naar de videocamera en digitale beeldbewerkingmachines.  

Conceptontwikkeling

Met conceptontwikkeling wordt hier bedoeld, het inrichten van een stapsgewijs verlopend proces, waarbij een inspirerende aanleiding tot werk, wordt onthuld, en gaandeweg begrepen, door middel van theoretisch en praktisch handelen. Het begint met de onbevangen registratie van die aanleiding, het materialiseren daarvan in schetsen, modellen, ontwerpen en aanzetten, en het zoeken van een voedende context door bronnenonderzoek. Het nieuwe vak Betekenen speelt hierin een centrale rol, ondersteund door het vak Tekenen 3. 

In het tweede semester is een dagdeel vrij geroosterd dat vooruit loopt op het IST programma in de hoofdfase, de zgn. vrije ruimte

De propedeuse kent geen ondersteunende vakken, anders dan het filmprogramma, dat als een annex van het vak algemene kunstgeschiedenis gezien kan worden. Het filmprogramma PLAY/TIME geeft in maandelijkse voorstellingen, met een inleiding, een overzicht van de 'klassieken’ uit de filmgeschiedenis.

Theoretisch domein

De algemene kunstgeschiedenis omvat de ontwikkelingen in de beeldende kunst en architectuur vanaf de vroege tijd tot en met de Romantiek. Dit gebeurt aan de hand van ‘A World History of Art’ van Honour en Fleming, en diverse artikelen. Elk semester wordt afgesloten met een tentamen, studenten krijgen schrijfopdrachten, en houden minimaal een referaat per jaar. Ieder jaar gaan de studenten in het eerste semester van het tweede studiejaar een week op excursie naar Berlijn. Deze excursie wordt voorbereid door een reeks van colleges waarin de culturele toestand van die stad wordt behandeld in samenhang met historische, politieke, sociale en geografische factoren. Deze cyclus wordt afgesloten met een tentamen. De excursie omvat bezoeken aan instellingen van klassieke en moderne kunst, kunstenaarsateliers, architectuur en theaters.

Bij het vak Werkveldoriëntatie wordt het spanningsveld onderzocht, tussen artistiek inhoudelijke ambities en hoe die in het publieke domein kunnen functioneren. Dat vindt zijn beslag door de plekken te bezoeken waar dit spanningsveld wordt opgewekt, en/of tot uitdrukking komt. In ateliers, in kunstenaarsinitiatieven, galerieën en musea. Gesprekken en interviews maken hier deel van uit. Studenten schrijven verslagen van deze bezoeken.

Professioneel maatschappelijk domein

De beroepsvoorbereiding in de propedeuse geschiedt door het vak Werkveldoriëntatie, zoals hierboven beschreven; verder door deelname aan het vuurdoopprogramma, het ontwerpen van een trofee in een (gesimuleerde) opdrachtsituatie, het organiseren van de presentaties bij beoordelingen en voortgangsbesprekingen, en het assisteren van de eindexamenstudenten bij organiseren en inrichten van hun pre-examententoonstelling en eindexamententoonstelling. Na de eerste semester beoordeling, is er een weekstage, bij een aan de kunsten gerelateerde situatie of instelling. Beschrijvingen van de diverse vakken zijn in aparte dossiers aanwezig. 

Hoofdfase / jaar 2

Profiel van de secties

Sectie Schilderen
Het disciplinaire domein wordt gedefinieerd door alle denkbare vormen van schilder- en tekenkunst en mengvormen daarvan. De meest gekende daarvan zijn, de gouache- de aquarelleer, de olieverf- en de temperatechniek. Maar waar de overdracht van beelden voor een belangrijk gedeelte wordt bepaald door kleur, doen zich tal van nieuwe expressiemiddelen voor in dit domein, zoals de fotografie, animaties, (filmische)projecties en digitale media.

Sectie Grafiek
Alle denkbare grafische technieken van de ets, litho, houtsnede, mezzotint, zeefdruk en offset, tot fotografische en digitale technieken bepalen het disciplinaire domein. Hoewel het werken in oplages een natuurlijk gevolg is van de diverse grafische technieken, is het verwerken van een oplage tot een uniek werk een interessante optie. Evenals de productie van boeken, affiches en kunstwerken die in een periodieke vorm verschijnen via traditionele of gedigitaliseerde wegen.

Sectie Autonoom
De sectie Autonoom kenmerkt zich door de afwezigheid van een disciplinaire concentratie of beperking. Studenten en docenten verenigen zich op een artistieke ambitie. Door het gaandeweg onthullen van deze ambitie, wordt de daartoe meeste geschikte discipline of combinatie van disciplines, bepaald. Sociale structuren leveren materiaal voor onderzoek en producties. Theatrale ensceneringen, video-installaties en fotowerken zijn hier het gevolg van, maar ook tekeningen en/of schilderijen.

Sectie 3D
Het disciplinaire klimaat van de sectie 3D wordt getoonzet in het 2de studiejaar. Hierin wordt zowel de klassieke sculptuur door middel van het zogenaamde ‘Groot Beeld’ project gethematiseerd, alsook onderzoek gedaan naar de betekenis van ruimte en 3-dimensionaliteit in al haar betekenissen. Zo worden de studenten geconfronteerd met de reikwijdte van hedendaagse opvattingen van sculpturaliteit en ruimte. Onderzoeksvragen, opdrachten, al of niet voor de publieke ruimte, en presentaties sturen hen hierbij. Dit leidt ondermeer tot sculptuur in de traditionele zin van het woord, architectuur of voorstellen daartoe, video-installaties en fotowerken.

Het centrale leerdoel voor het tweede studiejaar staat in het kader van een voortgaande productie.

Omdat de student voor een belangrijk gedeelte zijn eigen studiemateriaal schept, door dingen te maken en daarop te reflecteren, is het centrale leerdoel voor het tweede studiejaar het opgang brengen en houden van een stroom van beeldende producten, die een experimenteel en onderzoekend karakter heeft. De competenties voor deze fase van de studie zijn hiermee verbonden.

Competenties jaar 2

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student is in staat een ruime en gevarieerde productie van beeldende objecten, die een onderzoekend karakter heeft, op gang te brengen en gaande te houden.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan werk van zichzelf en anderen ter discussie stellen en op effectiviteit en kwaliteit beoordelen.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student weet nieuw verworven kennis, vaardigheden en inzichten, en kritiek van anderen in te zetten voor de ontwikkeling en voortgang van zijn eigen werk.
  • Organiserend vermogen: de student kan zijn werkproces en atelier zo inrichten, dat het de voortgang van de productie en de verdieping daarin bevordert.
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn werk en productieproces bediscussiëren en in woord en beeld toelichten.
  • Omgevingsgerichtheid: de student is in staat zich te verdiepen in artistieke en maatschappelijke settingen om zijn productie van beeldende objecten en de reflectie daarop te intensiveren.
  • Vermogen tot samenwerken: de student is in staat tot samenwerking met medestudenten en/of externe partijen, en wendt de ervaringen die hieruit voortkomen aan ten bate van de voortgang en verdieping van het productie- en onderzoeksproces.

Deze competenties gelden voor alle secties. Hoewel aan de competenties in verschillende disciplinaire kaders wordt gewerkt, worden ze voor de gehele afdeling geactiveerd door de vakken INHOUD/VORM, PROCES, OVERDRACHT en THEORIE.

Het creërend vermogen, het vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot groei en vernieuwing, wordt aangewakkerd door het vak ‘inhoud/vorm’ en het vak ‘proces’, doordat de stroom van beelden wordt ingezet als een onderzoek naar de diverse aspecten van betekenisvorming in een beeld, voor het onderzoek naar de articulatie van maat en ruimte, voor het vaststellen van zwaktes en potenties in formeel en inhoudelijk opzicht, en de consequenties die hieruit voortkomen m.b.t. het gebruik van media en disciplines. De theoretische component van het vak ‘proces’ stimuleert het zoeken van een voedende context, als een factor tot groei en vernieuwing. Het organiserend vermogen wordt eveneens ontwikkeld in het vak ‘proces’, waarbij het bronnenboek en de werkplannen een documenterende functie hebben. Communicerend vermogen en omgevingsgerichtheid krijgen aandacht in de vakken ‘inhoud/vorm’ en ‘proces’, maar het zijn vooral de vakken ‘overdracht’ en ‘theorie’ waar deze vaardigheden worden gecentraliseerd door het maken van tentoonstellingen, door de oefening in de verbale en schriftelijke communicatie over eigen en andermans werk, en doordat deze vakken historische en actuele artistieke contexten openbaren, benevens de factoren die daar een vormende invloed op hebben (gehad). Het vermogen tot samenwerken wordt gestimuleerd door dat studenten letterlijk samenwerken in een grote atelierruimte, gezamenlijk in- en externe projecten en tentoonstellingen organiseren in het kader van het vak ‘overdracht’, en in gezamenlijkheid een tijds- en ruimteplanning moeten maken voor de presentaties ten behoeven van de beoordelingen en de voortgangsbesprekingen.

Artistiek professioneel domein

Algemeen beeldende ontwikkeling
Algemeen beeldende ontwikkeling in het tweede jaar manifesteert zich onderscheidend in de vier secties binnen hun disciplinaire idioom, maar gelijkzaam in relatie tot de belangrijkste doelstelling van dit studiejaar: het tot stand brengen van een stroom van beelden die inzet is van tal van analyserende en reflecterende ingrepen.

  • Bij de sectie schilderen wordt hiertoe geschilderd en getekend in alle denkbare media, en worden er diverse workshops georganiseerd, zoals bijv. een tempera workshop, en een cursus photoshop.
  • Bij grafiek worden alle grafische technieken gebezigd en wordt een thematische grafiekmap in oplage geproduceerd waar alle studenten een bijdrage aanleveren. Een cursus boekbinden maakt hier onderdeel van uit.
  • Bij Autonoom heerst een interdisciplinair klimaat maar worden wel workshops gegeven op het terrein van theater, geluid, en diverse sensorische gebieden. 
  • Bij 3D staat onderzoek naar materialiteit, structuur, constructie en betekenis en kwaliteit en status van ruimte centraal. Er worden beelden en objecten gemaakt in alle mogelijke materialen, maar de toon wordt gezet door het ‘Groot Beeld’ waarbij gedurende het gehele jaar wordt gewerkt aan een gipsen sculptuur naar levend model. Hierbij worden alle stadia van het productieproces van de ‘klassieke’sculptuur doorlopen. Tevens wordt er een workshop bronsgieten georganiseerd. 

Idee/beeldontwikkeling
Idee/beeldontwikkeling zoals gedefinieerd bij de propedeuse, is evenzo van toepassing op deze studiefase en richt zich op de stroom van beelden met de bedoeling daar een regulerende invloed op te krijgen, zodat die een herkenbare bestemming krijgt. Idee/beeldontwikkeling komt in alle praktijkvakken aan de orde omdat de vraag naar het thema uit alle lessituaties opwelt. In het vak ‘proces’ echter wordt deze vraag verbijzonderd door haar te verbinden met het organiseren van een functionele werksituatie, zodat er een effectieve bedding ontstaat voor verdieping en verbreding van het onderzoek naar dat thema en/of de artistieke ambitie.

Daarnaast wordt door het nieuwe vak Materialiseren van onderzoek dat in het derde semester afdelingsbreed wordt ingezet het, onderzoek dat voortkomt uit de persoonlijke idee en beeldontwikkeling verbonden aan proces en materialisatie methoden.  

Ondersteunende vakken
Ondersteunende vakken zijn er in de vorm van de diverse introductiecursussen die academiebreed worden aangeboden:

  • Er zijn keuzevakken en minors in samenwerking met de Universiteit Leiden.
    Er zijn de facultatieve activiteiten in het kader van de Studium Generale en ’t Hart.
    Er is het filmprogramma.
  • Er zijn gastdocenten, die een specifieke bijdrage leveren aan in- en externe projecten.

Theoretisch domein

Hoewel alle ‘praktische’ vakken theoretische componenten bevatten, denk aan tentoonstellingstheorie die zich in het vak ‘overdracht’ ophoudt, metaforen, symboliek, stijl en stilering die onvervreemdbaar verbonden zijn met het vak ‘inhoud/vorm’, en de theoretische component in het vak ‘proces’, blijft het vak ‘theorie’ hier de belangrijkste basis voor theoretische kennis en intellectuele vaardigheden. Het programma voor de gehele afdeling wordt aldus ingevuld: Het verwerven van kennis van de kunstgeschiedenis vanaf de Romantiek tot aan het heden, doormiddel van colleges, dagexcursies naar tentoonstellingen, en groepsgesprekken n.a.v. een door een student voorbereid onderwerp. De student houdt een bronnenboek bij met inspirerende teksten en afbeeldingen, schrijft per semester een paper over een zelf te kiezen onderwerp uit het veld van de beeldende kunst, en per semester een statement over het eigen werk, waarbij motivatie, inspiratiebronnen, verwantschappen met andere kunstenaars etc. aan bod komen.

Professioneel maatschappelijk domein

De beroepsvoorbereiding geschiedt langs twee lijnen. Lijn één is de geïntegreerde; tijdens de tafelgesprekken bijv. worden regelmatig beroepsmatige aspecten van het kunstenaarschap behandeld. Dit gebeurt echter ook tijdens de andere lessen, waar zulks relevant en nuttig is, gezien de toestand in het atelier. De tweede lijn is de geprogrammeerde, waarvan hieronder een overzicht, dat is gebaseerd op het programma van voorgaande jaren. Een belangrijk element in dit geheel is het direct werken in het werkveld in samenwerking met externe partners, waarvan een aantal elk jaar plaatsvinden en andere van jaar tot jaar verschillen. 

 

Wisselend per sectie en per studiejaar wordt samengewerkt met de volgende externe partners:
. Nest, den Haag
. Commissiekamer, gemeente den Haag
.  Filmhuis den Haag
.  Diligentia, den Haag
.  Mama, Rotterdam
.  Stroom, den Haag
.  Tent, Rotterdam
.  Metropolis M
.  Kunstlinie, Almere

Wisselend per sectie en per studiejaar wordt samengewerkt met de volgende externe partners:

  • Nest, den Haag
  • Commissiekamer, gemeente den Haag
  • Filmhuis den Haag
  • Diligentia, den Haag
  • Mama, Rotterdam
  • Stroom, den Haag
  • Tent, Rotterdam
  • Metropolis M.  
  • Kunstlinie, Almere


De tweedejaarsstudenten van alle secties bereiden groepstentoonstellingen voor, die preluderen op een tentoonstelling in het derde jaar, te vergelijken met de tentoonstelling in de Kunstlinie in Almere. 

Hoofdfase / jaar 3

Het tweede jaar heeft een rijke oogst aan formele en inhoudelijke vragen opgeleverd. In het derde jaar worden deze vragen in alle secties ingezet voor het onderzoek naar onderlinge samenhangen.

Competenties jaar 3

De student dient zich tijdens deze fase van de studie de volgende competenties eigen te maken.

  • Creërend vermogen: de student is in staat in de voortgaande productie van beeldende objecten een thematische en formele samenhang aan te brengen.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student is in staat zwaktes en potenties vast te stellen in het onderzoek naar thematische en formele samenhang.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student is in staat zijn artistieke ambities steeds verder te ontwikkelen, mede door zich te richten op de samenhang in zijn werk.
  • Organiserend vermogen: de student kan zijn werk en onderzoek zo inrichten, dat het onthullen van een thematische en formele samenhang optimaal wordt bevorderd.
  • Communicatief vermogen: de student kan de samenhang in zijn werk bediscussiëren en in woord en beeld toelichten.
  • Omgevingsgerichtheid: de student verhoudt zich in toenemende mate met artistieke en maatschappelijke settingen en wendt dat aan om het onderzoek naar de thematische en formele samenhang in zijn werk te intensiveren.
  • Vermogen tot samenwerken: de student is in staat tot samenwerking met medestudenten en/of externe partijen, en wendt de ervaringen die hieruit voortvloeien aan ten bate van het onderzoek naar thematische en formele samenhang.

Het creërend vermogen, het vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot groei en vernieuwing wordt op een hoger niveau gebracht door de vakken ‘inhoud/vorm’, en de praktische en theoretische componenten van het vak ‘proces’. Het organiserend vermogen wordt verder ontwikkeld door met name de praktische component van het vak ‘proces’, en het communicerend vermogen en de omgevingsgerichtheid door de vakken ‘overdracht’ en ‘theorie’ Het vermogen tot samenwerken wordt benevens de reeds beschreven situatie voor het tweede jaar doorgaand gestimuleerd door het vak ‘overdracht’, dat zich ontfermt over een reeks van interne en externe presentaties en tentoonstellingen.

Artistiek professioneel domein

Algemeen beeldende ontwikkeling
Wat hiervoor bij het tweede jaar is beschreven, geldt ook voor het 3de jaar, met dit onderscheid dat alle schilderkunstige, grafische, sculpturale en andere disciplinaire handelingen, worden gehanteerd t.b.v. het onderzoek naar de samenhang in de beeldende productie. Waarbij de verdere onthulling van het eigene in de artistieke vermogens en ambities centraal staat. Alle praktische vakken leveren hier bijdragen aan, maar ook het vak ‘theorie’, doordat dit het zicht op en het begrip van de eigen situatie verdiept door de verbinding met een inspirerende en scherpende context.

Conceptontwikkeling
De beschrijving van de conceptontwikkeling voor het tweede jaar geldt evenzeer voor het derde jaar, maar nu verbonden met de centrale doelstelling van deze studiefase. De conceptontwikkeling richt zich dus op het structureren van alle formele en inhoudelijke vragen die opkomen bij de zoektocht naar samenhang, en de onthulling van het authentieke kunstenaarschap. Het vak ‘proces’ speelt hierbij de belangrijkste rol.

Ondersteunende vakken
Er zijn speciale vakken en workshops in het kader van de beroepsvoorbereiding, die in het professioneel/maatschappelijk domein worden beschreven. Zie verder jaar 2.

Theoretisch domein

In het derde studiejaar wordt de student intensief geconfronteerd met uiteenlopende filosofische, esthetische en maatschappelijke denkmodellen. Hierbij wordt het boek ‘De donkere Spiegel’ van Frank Vandeveire gebruikt en een keur aan kunsthistorische literatuur, tijdschriften en kranten. De student leert artistieke problemen, concepten en uitgangspunten benoemen, en krijgt greep op de theoretische problematiek in het eigen werk. Per semester schrijft de student een statement over het eigen werk, en een paper. De eerste paper over een kunststroming in relatie tot een maatschappelijke ontwikkeling, de tweede over de vraag ‘wat is kunst’. De student houdt minstens een keer per jaar een referaat. Aan het eind van het studiejaar stelt de student het onderwerp vast van de eindscriptie. Zie verder jaar 2.

Professioneel maatschappelijk domein

De activiteiten die zijn beschreven voor het tweede jaar gelden ook voor het derde jaar. Daarenboven zijn voor de derdejaarsstudenten de volgende projecten geprogrammeerd:

  • Stroom; AUT en 3D
  • Project Commissiekamer; sectie SCH en GRA
  • Haags Filmhuis; sectie AUT en 3D
  • TENT (diverse secties)
  • Crossing Border; sectie SCH en GRA met studenten van grafisch ontwerpen
  • Winternachten festival; sectie AUT

Voor alle secties wordt de Documentatie Workshop georganiseerd. Deze workshop die bestaat uit verscheidene dagdelen door het studiejaar heen, houdt in:

  • het documenteren van werk t.b.v. presentaties en/of subsidie aanvragen,
  • het samenstellen en presenteren van een portfolio,
  • het oefenen in verbale presentaties,
  • het schrijven van teksten i.v.m. presentaties, subsidie aanvragen, opdrachtsituaties, vervolgopleidingen.

Verder wordt er een cursus financiën gegeven en een cursus 'ondernemingsplan', een workshopSubsidieaanvraag schrijven en een presentatieworkshop.

De studenten organiseren sectiegewijs, een externe groepstentoonstelling. 

De projecten met externe partners zoals genoemd onder het tweede jaar, worden voor het derde studiejaar ingezet in samenhang met het ontwikkelingsniveau van de studenten.

Hoofdfase + Eindfase / eindfase

Het centrale leerdoel voor de eindfase: het eigene in inhoud en vorm, zoals dat in het derde studiejaar is onthuld, dient in het vierde jaar tot wasdom te komen. Alle aspecten van het onderzoeksproces, alsmede de procesmatige structuur waarin dat plaatsvindt, worden toegesneden op de unieke samenkomst van inhoud en vorm. Verder leert de student de praktische en theoretische aspecten van het publiek maken van het werk te beheersen alsmede de financieel/administratieve kanten van het kunstenaarschap. De competenties voor deze fase van de studie zijn hiermee verbonden.

Competenties eindfase

De competenties die de student zich in de eindfase eigen dient te maken, zijn gelijk aan de eindkwalificaties van de opleiding.

  • Creërend vermogen: de student maakt authentiek werk dat voortkomt uit het volgen van een eigen artistieke visie, en bijdraagt aan de vervulling van een persoonlijke ambitie als kunstenaar.
  • Vermogen tot kritische reflectie: de student kan het eigen werk en dat van anderen beschouwen, analyseren, duiden en beoordelen, en is in staat de uitkomsten hiervan te doordenken ten bate van het eigen werk.
  • Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan zijn of haar kunstenaarschap in een voortgaand proces, in de breedte en de diepte verder ontwikkelen, en draagt hiermee bij aan de ontwikkelingen in de beeldende kunst.
  • Organiserend vermogen: de student kan een inspirerende en functionele werksituatie voor zichzelf opzetten en handhaven, en alle aspecten van zijn onderzoek- en productieproces effectief organiseren.
  • Communicatief vermogen: de student kan zijn of haar artistieke visie en werk presenteren en toelichten.
  • Omgevingsgerichtheid: de student is in staat om verbanden te leggen tussen het eigen kunstenaarschap en dat van andere kunstenaars uit heden en verleden, tussen een publiek en de maatschappelijke context.

Artistiek professioneel domein

Algemeen beeldende ontwikkeling
Alle schilderkunstige, grafische, sculpturale en andere disciplinaire handelingen worden ingezet om de aansluiting van inhoud op vorm tot het uiterste te preciseren. Dit is een proces van verfijning binnen het reeds verworven beeldidioom, waaraan alle praktische vakken een bijdragen leveren, maar ook het vak ‘theorie’, doordat dit het personaliseringsproces waarin de student is verwikkeld, aanjaagt met betrekking tot de inspirerende en scherpende context die door de theorielessen verder aan de orde wordt gesteld.

Conceptontwikkeling
De conceptontwikkeling, volgens de eerder gegeven definitie, richt zich op het structureren van alle formele en inhoudelijke vragen die opkomen bij de voor dit moment uiterste greep die de student doet naar zijn thema, en de vorm om dat in te vervatten. Het vak ‘proces’ is hier belangrijk, maar ook het vak ‘overdracht’ omdat in publieke situaties, het werk zich eerder toont in zijn inhoudelijke en formele eigenaardigheid, dan in de atelier situatie.

Ondersteunende vakken
Ondersteunende vakken worden in de eindfase van de studie, afgezien van workshops en andere activiteiten in het kader van de beroepsvoorbereiding, niet gegeven. Zie de beschrijving bij het professioneel/maatschappelijk domein.

Theoretisch domein

Het vak ‘theorie’ richt zich in de eindfase van de studie vooral op het schrijven van de eindscriptie, waartoe de student aan het slot van het derde respectievelijk vierde jaar reeds het onderwerp heeft vastgesteld. De scriptie is een verslag van een uitgebreid onderzoek, dat verband houdt met het eigen werk van de student. Er moet een overtuigend reflecterend vermogen uit blijken, inzicht in de kunstgeschiedenis en in de context waarbinnen het eigen werk wordt geplaatst. De scripties worden in het eerste semester groepsgewijs besproken, en in tweede individueel. De omvang is minimaal 25 pagina’s getypte tekst, exclusief de afbeeldingen. Het bronnenboek speelt als in elk studiejaar een inventariserende, een inspirerende en een documenterende rol in samenhang met de ontwikkelingsfase waarin de student zich bevindt.

Professioneel maatschappelijk domein

Het merendeel van de externe activiteiten die voor het tweede en het derde jaar zijn ontwikkeld, zijn ook beschikbaar voor de vierdejaarsstudenten. Specifiek voor de vierdejaarsstudenten van alle secties:

  • De dag van de vervolgopleidingen, waarbij alle vervolgopleidingen zich presenteren. Ook het volgen van een Master in het buitenland komt hier aan de orde. Overigens zijn de derdejaarsstudenten hierbij welkom voor zover de ruimte dat toelaat.
  • De Dag van de toekomst bestaande uit; lezingen over het plaatselijke cultuurbeleid (Stroom); presentaties van het Fonds voor de Kunst; lezingen van diverse galeriehouders en kunstenaarsinitiatieven; presentatie van de belastingdienst Kamer van Koophandel; alumni, uit verschillende jaargangen vertellen over hun ervaringen, na de academieperiode; 
  • De pre-examententoonstelling inclusief een door de studenten te organiseren publicatie.
  • De portfolio/netwerkdag: kunstenaarsinitiatieven, galerieën en conservatoren, presenteren zich, en bekijken/beoordelen portfolio’s van de studenten.
  • De eindexamententoonstelling als een meesterproef (in alle opzichten) van het beginnend kunstenaarschap.

Deeltijdstudenten die aan het eindexamen deelnemen krijgen de beschikking over een atelierplek op de academie. Overige deeltijdstudenten volgen de lessen min of meer klassikaal of d.m.v. individuele gesprekken. Gastlessen, workshops en lezingen die overdag plaatsvinden zijn ook toegankelijk voor deeltijdstudenten.